Archeologisch onderzoek is verplicht:
in een gebied met een hoge archeologische waarde en in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde zoals aangegeven op de gemeentelijke FAMKE en de ingreep groter is dan de betreffende oppervlakte die in de desbetreffende advieszone van de gemeentelijke FAMKE wordt aangegeven:
in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied groter is dan 5000 m2 (op de FAMKE aangeduid met advieszone Quickscan/Karterend onderzoek III), of
in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied groter is dan 2500 m2 (op de FAMKE aangeduid met advieszone Karterend onderzoek II), of
in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied groter is dan 500 m2 (op de FAMKE aangeduid met advieszone Karterend onderzoek I), of
in een gebied op een terrein met een archeologische waarde en het te verstoren gebied groter is dan 50 m2 (op de FAMKE aangeduid met advieszone Streven naar behoud en / of Waarderend onderzoek terpen, vuursteenvindplaatsen, dobbe en kopje)
De verplichting van archeologisch onderzoek in lid 1 is niet van toepassing indien:
de ingreep kleiner is dan de oppervlakte die in de desbetreffende advieszone van de gemeentelijke FAMKE wordt aangegeven;
voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend;
de grondwerkzaamheden niet dieper reiken dan 30 centimeter onder maaiveld;
een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd en/of;
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad en/of;
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
naar oordeel van het bevoegd gezag voldoende is aangetoond zonder archeologisch rapport dat de archeologische waarden in de bodem door de bouwwerken niet onevenredig worden aangetast en/of dat er geen sprake (meer) is van archeologische waarden (bijvoorbeeld een bodemkundig rapport);
de grondwerkzaamheden op archeologisch onderzoek gericht zijn;
het de aanleg van ondergrondse infrastructuur betreft met een maximum diameter van 0,30 meter, mits deze sleufloos wordt uitgevoerd;
het de vervanging, vernieuwing of verandering betreft van bestaande bovengrondse bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut en/of niet dieper wordt vergraven dan de te verwijderen fundering.
Van de vrijgestelde verstoringsdiepte genoemd in lid 2 kan naar boven of naar beneden worden afgeweken als dit:
bij een afwijking naar beneden (dus minder diep dan 30 cm) aantoonbaar noodzakelijk wordt geacht voor het behoud van de archeologische (verwachtings)waarden;
bij een afwijking naar boven (dus dieper dan 30 cm) dit aantoonbaar het behoud van de archeologische (verwachtings)waarden niet zal schaden.