Wmo | Jeugdwet
De gemeente verstrekt geen hulp-op-maat als de inwoner voldoende mogelijkheden heeft om het probleem zelf op te lossen. De gemeente beoordeelt daarom de eigen kracht van de inwoner, en kijkt hierbij naar de gebruikelijke hulp (Wmo).
Van huisgenoten en ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij een bijdrage leveren aan het huishouden en hulp geven aan andere huisgenoten. Het gaat bijvoorbeeld om het helpen met persoonlijke verzorging, opvoeden, aankleden, naar school brengen, eten koken en stofzuigen. Voorbeelden van huisgenoten zijn partners, inwonende kinderen en andere bewoners met wie de inwoner die hulp nodig heeft gemeenschappelijk een woning bewoont. Wat onder gebruikelijke hulp in de Wmo wordt verstaan is verder uitgewerkt in de nadere regels.
De Jeugdwet gaat ervan uit dat van ouders kan verwacht worden dat zij de hulp verstrekken die nodig is, voor zover dit tot de mogelijkheden behoort van de ouders (eigen kracht). De gemeente onderzoekt hierbij:
Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden?
Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden?
Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op?
Blijft de ouder de hulp zonder vergoeding bieden? En zo ja, komt de ouder daardoor niet in de problemen?
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.5
Artikel 1.6
Eigen kracht en gebruikelijke hulp
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024