Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.3

Beoordelen aanvraag

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024

Wmo | Jeugdwet | Awb Vraagt de inwoner hulp, dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: de hulp is noodzakelijk om (één van) de doelen van de Wmo en/of de Jeugdwet te bereiken; en de hulp past bij het gewenste effect en de persoonlijke situatie van de inwoner. Bij hulpvragen voor jeugdhulp gaat het om ontwikkel-, opgroei- en opvoedingsproblemen. Bij hulpvragen van de Wmo gaat het om vragen over zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. Bij het beoordelen van de aanvraag betrekt de gemeente alle gegevens die van belang zijn. Het gaat onder meer om gegevens over: de behoeften en persoonskenmerken van de inwoner. Hierbij wordt ook gekeken naar de godsdienstige voorkeur, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de inwoner; de (on)mogelijkheden van de inwoner; de persoonlijke situatie van de inwoner; de mogelijkheden van het sociale netwerk, andere organisaties en de gemeente. Om te bepalen of de gemeente hulp inzet, volgt de gemeente in principe de volgende stappen: Stap 1: De gemeente stelt eerst vast wat de hulpvraag van de inwoner is. Stap 2: De gemeente stelt hierna vast welke problemen, beperkingen en belemmeringen er precies zijn. Stap 3: De gemeente bepaalt welke hulp nodig is en hoe veel, hoe lang en in welke vorm. Stap 4: De gemeente onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen kracht), eventueel met behulp van algemene voorzieningen, met algemeen gebruikelijke voorzieningen, met collectieve voorzieningen, met hulp van huisgenoten en anderen uit het sociale netwerk of van andere organisaties, gebruikelijke hulp (Wmo) of met andere voorzieningen. Stap 5: De gemeente bepaalt welke (aanvullende) hulp nodig is om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken. Voor sommige vormen van hulp zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. De hulp-op-maat is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. De gemeente kiest daarom voor de goedkoopste voorziening die passend is om het probleem van de inwoner langdurig te verminderen of op te lossen.

Rechtspraak bij dit artikel