Wmo | Jeugdwet
Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp.
van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de inwoner:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken en die voldoet aan de kwaliteitscriteria, of;
personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken en voldoen aan de kwaliteitscriteria.
informele hulp is:
hulp die geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in het eerste lid onder a;
hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in het eerste lid onder a, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van de inwoner.
Uitgangspunt is dat het tarief van een pgb niet hoger is dan de hoogte van het tarief van de hulp in natura.
Binnen de Wmo heeft de gemeente verschillende pgb tarieven voor de volgende vormen van hulp:
hulp bij het huishouden:
de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief.
de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden zoals is opgenomen in de CAO VVT (specifiek voor hulp bij huishouden gecreëerde salarisschaal), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
auto-aanpassing:
voor een auto-aanpassing geldt dat de hoogte van het pgb wordt bepaald op basis van de laagste kostprijs voor de noodzakelijke aanpassingen aan de hand van twee offertes, daarbij moet worden voldaan aan een programma van eisen van de gemeente. De gemeente kan een tegenofferte opvragen.
de kosten van de noodzakelijke aanpassingen worden gebaseerd op de goedkoopst aanpasbare auto;
de autoaanpassingen en de daarmee eventueel samenhangende kosten worden bepaald aan de hand van door de inwoner opgevraagde twee onafhankelijke offertes, waarbij de prijs van de leverancier die de goedkoopst adequate voorziening kan leveren doorslaggevend is. De gemeente is gemachtigd om een tegenofferte op te vragen, waarbij de economisch meest voordelige offerte uitgangspunt is voor verdere besluitvorming. De gemeente houdt bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhoudskosten, (inclusief keurings-, en reparatiekosten) en verzekeringskosten.
opties over de uitrusting van de auto, zoals automatische transmissie, stuurbekrachtiging en airco, zijn van vergoeding uitgesloten.
sportvoorziening:
voor een sportvoorziening geldt dat het pgb wordt bepaald op basis van de laagste kostprijs aan de hand van twee offertes, daarbij moet worden voldaan aan een programma van eisen van de gemeente. De gemeente kan een tegenofferte opvragen. De gemeente houdt bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhoudskosten, (inclusief keurings-, en reparatiekosten) en verzekeringskosten.
het bezoekbaar maken van een woning in de gemeente Krimpenerwaard voor de inwoner die zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling in de gemeente Krimpenerwaard. Het bezoek voor de inwoner is noodzakelijk voor het hebben van structurele sociale contacten en de inwoner de woning niet op een normale manier kan bereiken. De aanpassing moet uitgevoerd worden door een erkende aannemer. De hulp-op-maat wordt berekend op basis van de laagste kostprijs aan de hand van twee offertes, maar daarbij moet wel worden voldaan aan een programma van eisen van de gemeente. De gemeente kan een tegenofferte opvragen. De maximale kosten bedragen € 7.000,00.
vervoersvoorzieningen, rolstoel, hulpmiddelen, roerende woonvoorzieningen en woningaanpassingen: voor deze producten geldt dat het pgb maximaal het bedrag is dat de gemeente zou betalen voor de hulp in natura. De gemeente houdt bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhoudskosten , (inclusief keurings-, en reparatiekosten) en verzekeringskosten. De gemeente kan een programma van eisen opstellen waaraan de voorziening moet voldoen.
losse woonvoorzieningen: de gemeente stelt het bedrag voor de losse woonvoorziening vast op basis van een door de gemeente goedgekeurde offerte. Het bedrag kan verhoogd worden met kosten voor onderhoud of reparatie bij elektrische voorzieningen. Als de gemeente een onderhoudscontract heeft met een leverancier voor onderhoud en reparatie, gelden de prijzen uit dat onderhoudscontract.
Voor de voorzieningen die worden genoemd in het derde lid onder b tot en met f geldt dat de kosten die zijn ontstaan door nalatigheid van de inwoner niet worden vergoed.
Binnen de Jeugdwet heeft de gemeente verschillende pgb tarieven voor de volgende vormen van hulp:
behandeling: de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief.
Binnen de Wmo en Jeugdwet heeft de gemeente verschillende pgb tarieven voor de volgende vormen van hulp:
individuele begeleiding:
de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief.
de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor ondersteunende begeleiding zoals is opgenomen in de CAO VVT (FWG 30), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren als het gaat om Wmo-begeleiding.
de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan het wettelijk minimum uurloon inclusief vakantiegeld en vakantie-uren als het gaat om begeleiding Jeugdhulp.
dagbesteding: de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief.
logeeropvang en logeerverblijf ter ontlasting van mantelzorger/time-outvoorziening:
de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief.
de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt een tegemoetkoming van maximaal € 42,50 per etmaal met een maximum van € 129,- per kalendermaand.
eigen vervoer van en naar dagbesteding;
de vergoeding wordt berekend op basis van de belastingvrije kilometervergoeding.
Het voor de inwoner geldende maximale tarief per uur, dagdeel of etmaal, zoals wordt vastgesteld op de dag van de toekenning, blijft gedurende de looptijd van de toekenning ongewijzigd, met uitzondering van eventuele indexaties van de bedragen.
Als de uitgaven aan hulp hoger zijn dan het door de gemeente pgb tarief, betaalt de inwoner zelf het verschil.
Als de informele of formele hulpverlener de hulp wil aanbieden tegen een lager tarief dan de tarieven die in dit artikel worden genoemd, is het mogelijk van de tarieven van dit artikel af te wijken. De gemeente neemt in het besluit op dat een lager tarief wordt verstrekt, en dat dit tarief op verzoek van de inwoner is vastgesteld.
Alle bedragen die in dit artikel worden genoemd gelden op 1 juli 2023. De gemeente kan de tarieven indexeren. Voor actuele tarieven kan de inwoner terecht op de website van de gemeente.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3
Artikel 5.3.4
Hoogte en tarief pgb
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024