Naar hoofdinhoud
Het college bepaalt jaarlijks met inachtneming van de in de (concept) gemeentebegroting vastgestelde budgetten voorafgaand aan het kalenderjaar welk bedrag als subsidieplafond beschikbaar is voor peuteropvang basisaanbod, welk bedrag voor voorschoolse educatie en voor zware doelgroeplocaties; Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar de maximale uurprijs vast op basis waarvan subsidie wordt verleend voor de peuterplaats peuteropvang basisaanbod en de peuteropvang ve (conform artikel 7, derde lid); Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar vast de inkomensafhankelijke ouderbijdragetabel en de maximale uurprijs die wordt gehanteerd (conform artikel 7, vijfde lid); Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar vast de hoogte van de subsidie voor de meerkosten voor de plaatsen die worden afgenomen door ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag (conform artikel 7, tweede lid, aanhef en onderdeel d). Het college verdeelt de op grond van het eerste lid vastgestelde bedragen voor peuteropvang basisaanbod als volgt: per uitvoeringsorganisatie wordt conform de berekening van artikel 7 de kosten van het aangevraagde aantal peuterplaatsen peuteropvang basisaanbod per voorziening berekend; wanneer het totaal van alle subsidiabele aanvragen van alle voorzieningen het op grond van het eerste lid vastgestelde bedrag voor peuteropvang basisaanbod voor het kalenderjaar niet overschrijdt, wordt op grond hiervan het aantal subsidiabele peuterplaatsen peuteropvang basisaanbod voor het kalenderjaar per voorziening vastgesteld; indien het totaal van de aangevraagde subsidie het op grond van het eerste lid vastgestelde bedrag overschrijdt, vindt een herverdeling van de te verlenen subsidie peuteropvang per aanvrager plaats, bij deze herverdeling wordt het bedrag verdeeld op basis van de per 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar bezette peuterplaatsen peuteropvang; wanneer er daarna nog een bedrag resteert ten opzichte van het op grond van het eerste lid vastgestelde bedrag, wordt dit restant gelijkelijk verdeeld over de aanvragers. Het college verdeelt de op grond van het eerste lid van dit artikel vastgestelde bedragen voor peuteropvang voorschoolse educatie als volgt: per uitvoeringsorganisatie wordt conform de berekening van artikel 7 de kosten van het aangevraagde aantal peuterplaatsen peuteropvang voorschoolse educatie per voorziening berekend; wanneer het totaal van alle subsidiabele aanvragen van alle voorzieningen het op grond van het eerste lid vastgestelde bedrag voor peuteropvang ve voor het kalenderjaar niet overschrijdt wordt op grond hiervan het aantal subsidiabele peuterplaatsen peuteropvang ve voor het kalenderjaar per voorziening vastgesteld; indien het totaal van de aangevraagde subsidie het op grond van het eerste lid vastgestelde bedrag overschrijdt vindt een herverdeling van de te verlenen subsidie peuteropvang ve per aanvrager plaats, bij deze herverdeling wordt het bedrag verdeeld op basis van de per 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar bezette peuterplaatsen peuteropvang ve; wanneer er daarna nog een bedrag resteert ten opzichte van het op grond van het eerste lid vastgestelde bedrag, wordt dit restant gelijkelijk verdeeld over de aanvragers. Het college stelt jaarlijks de tarieven en een subsidieplafond vast voor de extra ondersteuning zware doelgroeplocaties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel