De commissie vergadert tenminste 8 maal per jaar en voorts zo
dikwijls als door de voorzitter, dan wel tenminste 3 leden nodig
wordt geoordeeld.
De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.
De oproeping wordt tenminste tien dagen vóór de te houden
vergadering aan de leden gezonden, spoedeisende gevallen
uitgezonderd.
Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag,
tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De
agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met
de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven
wijze ter inzage gelegd.
Ieder lid van de commissie is bevoegd om ter vergadering voor te
stellen een onderwerp aan de agenda toe te voegen. De commissie
beslist of, en zo ja in hoeverre, aan dit voorstel gevolg wordt
gegeven.
Artikel 10