Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2.

Artikel 4.2.2.

Planologische regelgeving

Onderdeel van Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Bladel 2024

Evenementen in de openbare ruimte dienen echter ook planologisch te zijn toegestaan. Indien een evenement als “kortdurend en incidenteel” kan worden aangemerkt, kan worden volstaan met een evenementvergunning dan wel een acceptatiemelding en is er geen planologische borging noodzakelijk. Deze uitzondering gaat echter niet vaak op, zo blijkt uit de jurisprudentie. De mate van kortdurendheid alsmede het incidentele karakter van het evenement hangt af van de specifieke omstandigheden. In ieder geval spelen daarbij de duur van de activiteit en de frequentie ervan een belangrijke rol. Een jaarlijks evenement dat maximaal 1 dag duurt wordt als kortdurend en incidenteel beschouwd. Bij het bepalen van de duur van het evenement dient ook de voor het opbouwen en afbreken van de voorzieningen benodigde tijd te worden meegerekend. Als het evenement niet kortdurend en incidenteel is, dan is een planologische borging vereist, ofwel: Het verlenen van een “omgevingsvergunning strijdig gebruik”, of; Het bestemmen van de locatie als evenemententerrein in het bestemmingsplan. Ad a Op grond van artikel 4, elfde lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is het voor het bevoegde gezag mogelijk om voor steeds terugkerende evenementen een omgevingsvergunning te verlenen voor ander gebruik van gronden voor maximaal 10 jaar. Ad b Een aanvraag voor een APV-vergunning voor een evenement kan niet worden geweigerd alleen omdat de aanvraag in strijd is met een bestemmingplan. Een aanvraag voor een evenementenvergunning moet namelijk worden beoordeeld aan de hand van de belangen die zijn opgenomen in de weigeringsgronden in artikel 1:4 van de APV. Andersoortige belangen kunnen bij het beoordelen van de aanvraag geen zelfstandige weigeringsgrond opleveren (ABRvS 29-03-2003, ECLI:NL:RVS:AF8028). Het bestemmingsplan moet het gebruik ten behoeve van het gewenste evenement toestaan. Daarbij moet worden beoordeeld of het evenement naar omvang, duur en uitstraling een planologische relevantie heeft. Het is daarom van belang dat de gemeente, naast de vergunningverlening, erop toeziet dat de bestemmingsplannen, dan wel gelijksoortige planologische regelgeving in de nabije toekomst, voorzien in de regulering van de te houden evenementen. In het bestemmingsplan/dan wel andere planologische regelgeving dient dan niet alleen het betreffende gebied als evenemententerrein te worden bestemd, ook moet daarbij het aantal toegestane evenementen per jaar, het soort evenement, de omvang en duur hiervan, de maximale bezoekersaantallen en de (eind)tijden worden vastgelegd. Dergelijke voorschriften zijn noodzakelijk om voor omwonenden een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Strijdigheid met het bestemmingsplan levert aldus geen weigeringsgrond als bedoeld in artikel 1:8 van de APV op met betrekking tot de afweging of al dan niet een evenementenvergunning wordt verleend. Als zodanig kan deze beleidsregel deze materie niet normeren. Op grond van deze constatering gaat deze beleidsregel uit van de veronderstelling dat deze materie is gereguleerd, dan wel wordt gereguleerd, in de van toepassing zijnde (al dan niet toekomstige) planologische regelgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel