Artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit BGBOP bepaalt dat het verboden is om zonder, of in afwijking van, een gebruiksmelding bij het bevoegde gezag een plaats of een gedeelte van een plaats in gebruik te nemen of te gebruiken indien een verblijfsruimte op die plaats is bestemd voor meer dan 150 personen tegelijk.
Op grond van het derde lid van dit artikel is het eerste lid (van dat artikel) niet van toepassing op het in gebruik nemen of gebruiken van een plaats of gedeelte van een plaats indien daarvoor een evenementenvergunning is vereist en, in het kader daarvan, de gegevens als bedoeld in artikel 2.3 van dit besluit moeten worden aangeleverd (artikel 2:25, tweede lid, APV).
Concreet betekent dit dat voor een verblijfsruimte die wordt opgericht ten dienste van een evenement, geen gebruiksmelding is vereist, maar daarvoor in de plaats de in artikel 2.3 van het besluit genoemde gegevens en bescheiden dienen te worden aangeleverd.
Deze gegevens worden dan door de burgemeester in de besluitvorming betrokken.
Afgewogen wordt dan of de gevraagde evenementenvergunning wordt verleend, al dan niet onder het opleggen van nadere voorschriften inzake veiligheidsaspecten met betrekking tot het betreffende bouwsel gedurende het plaatsvinden van het evenement.
De plaatsing van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de publieke functie is vergunningplichtig op grond van artikel 2.10, eerste lid, van de APV. Het tweede lid, onderdeel a, van dit artikel bepaalt echter dat deze vergunningplicht niet geldt voor evenementen.