Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg;
b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
In afwijking van het eerste lid van dit artikel is het verboden zonder vergunning de weg of een weggedeelte te gebruiken voor:
a. het plaatsen van uitstallingen en bouwobjecten;
b. het plaatsen van reclameborden;
c. plaatsen van bewegwijzering, die niet voldoet aan de nota toeristische bewegwijzering.
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen over uitstallingen, reclameborden en objectbewegwijzering.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik dat in lid 1 van dit artikel bedoeld is.
Het verbod dat genoemd is in lid 1 van dit artikel geldt niet voor:
a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de APV;
b. terrassen als bedoeld in artikel 2:28, lid 4 van de APV;
c. standplaatsen als bedoeld in artikel 4.1 van deze verordening.
Het verbod dat genoemd is in lid 1 van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegen- verkeerswet of het Provinciaal wegenreglement.
Het in het tweede lid van dit artikel opgenomen verbod geldt niet voor door het college aangewezen gevallen, mits de door het college te stellen nadere regels worden nageleefd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3.2
Artikel 3.26
Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Veere 2024