1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:
a. voor het verkrijgen daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. na het verlenen van de vergunning of ontheffing de omstandigheden of inzichten zijn veranderd waardoor het noodzakelijk is deze te wijzigen of in te trekken vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn, of, bij het ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn;
e. de vergunninghouder dit verzoekt.
Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1.2
Artikel 3.9
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Veere 2024