Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 3.6 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie: artikelen 3.12, 3.13, 3.14, 3.15, 3.16, 3.17, 3.24, 3.25, 3.26, 3.27, 3.28, 3.38, 3.40, 3.41, 4.1, 4.2, 4.13
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 3.6 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: artikelen 4.4, 4.5, 4.6, 4.7, 4.8, 4.9, 4.10, 4.11, 4.12.
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 3.6 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: artikelen 3.42, 3.43, 3.44, 3.45, 3.46, 3.47, 3.48, 3.49, 3.50, 3.51, 3.52. De op grond van dit lid ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid tot het instellen door het bevoegd gezag van een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan houtopstanden.
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 3.6 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikelen 3.23, 3.30, 3.31, 3.32, 3.33, 3.34, 3.35, 3.36, 3.37.
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 3.6 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen zijn een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten: artikelen 3.18, 3.19, 3.20, 3.21, 3.22.
In afwijking van het eerste lid van dit artikel is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.26 en 3.27 als sprake is van een omgevingsvergunningsplichtige activiteit.