Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.2

Wie kunnen er gebruik maken van het persoonsgebonden budget?

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Waadhoeke 2024

Tijdens het onderzoek wordt onderzocht welke behoefte er is aan jeugdhulp. De jeugdhulp kan worden verstrekt in Zorg in Natura (ZIN) of in een PGB. Iemand komt in aanmerking voor een PGB wanneer: De jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht (eventueel met hulp van het sociale netwerk, dan wel curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of gesloten jeugdhulp aanbieder) in staat zijn om de belangen van de jeugdige te behartigen en de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; De jeugdige of zijn ouders kunnen motiveren waarom zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten; Het college van oordeel is dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is. In het geval dat het gezin zelf niet beschikt over de benodigde vaardigheden om de regie te voeren over het PGB, kan in een aantal situaties toch een PGB worden verstrekt. Zo kan bijvoorbeeld iemand uit het netwerk of een wettelijk vertegenwoordiger zoals een curator, bewindvoerder, mentor of voogd, de regierol op zich nemen De PGB-budgethouder dient aan de onderstaande PGB-vaardigheden te voldoen. Overziet uw zijn situatie, dan wel die van de zorgvrager, en heeft een duidelijk beeld van de zorgvraag. Is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het PGB, of weet die zelf bij de desbetreffende instanties (online) te vinden. Is in staat om een overzichtelijke PGB-administratie bij te houden, waardoor er inzicht is in de bestedingen van het PGB. Is voldoende vaardig om te communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of het zorgkantoor, de SVB en zorgverleners. Is in staat om zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen. Is in staat om afspraken te maken en vast te leggen, en om dit te verantwoorden aan verstrekkers van het PGB. Kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is. Kan de inzet van zorgverleners coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte. Is in staat om als werk-of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren. Heeft voldoende juridische kennis over het werk- of opdrachtgeverschap, of weet deze kennis te vinden. Een PGB mag geweigerd worden wanneer: De jeugdige of diens ouders niet voldoen aan bovengenoemde voorwaarden; De jeugdige of diens ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt bij een bestaande verstrekking en de verstrekking van de juiste of volledige gegevens zou leiden tot een andere beslissing; Het gebiedsteam weet dat de jeugdige of diens ouders in het verleden al eens een PGB gehad hebben (mogelijk voor een andere voorziening) en dit PGB niet of voor andere doeleinden gebruikt is. Als de jeugdige, diens ouders, of diens vertegenwoordiger niet in staat is/zijn op verantwoorde wijze uitvoering te geven aan het PGB, dan kan de gemeente een coördinator (ZIN) aanwijzen of tijdelijk toestaan dat er een PGB-bureau voor ondersteuning mag worden ingeschakeld. Op deze wijze kan een cliënt die niet in voldoende mate regie kan voeren, toch passende ondersteuning in de vorm van een PGB ontvangen. Er vindt daarbij functiescheiding plaats tussen coördinatortaken en het bieden van de daadwerkelijke hulp. Het PGB-bureau moet voldoen aan het daarvoor geldende Keurmerk.

Rechtspraak bij dit artikel