Bij hun beslissing op aanvragen om subsidie houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening met:
de monumentale waarde van het object;
de bouwtechnische en uiterlijke staat van het monument, mede in relatie tot zijn omgeving;
het huidige en toekomstige gebruik van het monument;
de wijze van exploitatie van het monumenten;
bij het treffen van voorzieningen niet wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3 van het Vestigingsbesluit Bouwnijverheidsbedrijven 1958.