De raad stelt aan het begin van een nieuwe raadsperiode voor de duur van deraadsperiode een programma-indeling vast.
De raad stelt jaarlijks per programma vast:
de beoogde maatschappelijke effecten (outcome);
de te leveren goederen en diensten (output);
de toegestane middelen (input).
Het college stelt jaarlijks per programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten.
De raad stelt jaarlijks de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast.
Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de maatschappelijke effecten en de geleverde goederen en diensten, zodanig dat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden vastgesteld.