**1..** De bestuurscommissie verleent in aanvulling op artikel 34
geldelijke steun voor een sociale-koopwoning, een
koopstandplaats of een koopwoonwagen onder de voorwaarde dat de
begunstigde degene is die:
de woning, de standplaats of de woonwagen als eerste of
tweede opvolgende eigenaar bewoont, en
de woning, de standplaats of de woonwagen bewoont met
ingang van een tijdstip dat minder dan vijf jaar ligt na
het tijdstip van het verlijden van de akte aan de eerste
eigenaar/bewoner, bedoeld in artikel 3:89 van het
Burgerlijk Wetboek, of
indien zodanige akte voor verkrijgen van de eigendom
niet noodzakelijk was, met ingang van een tijdstip dat
minder dan vijf jaar ligt na de dag waarop het
bestuurscommissie de geldelijke steun voor de eerste
eigenaar heeft vastgesteld, de woning, de standplaats of
de woonwagen als eigenaar bewoont, of
de woning, de standplaats of de woonwagen heeft bewoond
bedoeld onder a, b en c, indien na diens vertrek diens
partner of gewezen partner de woning, de standplaats of
de woonwagen is blijven bewonen.
**2..** De bestuurscommissie verleent in aanvulling op het eerste lid
geldelijke steun voor een koopwoonwagen onder de voorwaarde dat
ten aanzien van de begunstigde zich een van de gevallen
voordoet, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel b, onder
2, van de Woonwagenwet juncto artikel II van de wet van 30
oktober 1974 (Stb. 703) tot wijziging van eerstgenoemde
wet.
**3..** Bij overlijden van een eigenaar van een sociale-koopwoning, een
koopstandplaats of een koopwoonwagen, als bedoeld in het eerste
lid, worden diens erfgenamen die de woning, de standplaats of de
woonwagen blijven bewonen beschouwd als begunstigde.
**4..** Het derde lid is, voor zover het de erfgenaam van de eerste
eigenaar van een koopwoonwagen betreft, slechts van toepassing
op de erfgenaam die voldoet aan de voorwaarde bedoeld in het
tweede lid.
Hoofdstuk III › § 2
Artikel 66
Artikel 66
Onderdeel van Subsidie-verordening besluit woninggebonden subsidies 1993 Regio Nijmegen