Een raadslid kan de griffier verzoeken om ambtelijke bijstand.
De griffier verleent zo spoedig mogelijk de ambtelijke bijstand, voor zover dit in redelijkheid kan worden gevergd. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is kan de griffier de gemeentesecretaris verzoeken om één of meer ambtenaren aan te wijzen om ambtelijke bijstand te verlenen.
De gemeentesecretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als:
naar oordeel van de gemeentesecretaris niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden, of
dit naar het oordeel van de gemeentesecretaris het belang van de gemeente kan schaden, of
het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd.
Als de ambtelijke bijstand op grond van het derde lid wordt geweigerd deelt de gemeentesecretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de gemeentesecretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog te laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek.
Artikel 3