**1..** De belasting wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven van:
de persoon die bij het begin van het belastingjaar van het eigendom het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarendeel; en
de persoon die een eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel.
**2..** Voor het eigenarendeel wordt, als het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
**3..** Voor het gebruikersdeel wordt:
gebruik van een eigendom door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
gebruik door degene aan wie een deel van een eigendom in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven;
het ter beschikking stellen van een eigendom voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat eigendom ter beschikking heeft gesteld.
onder gemeentelijke riolering verstaan: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van water, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente.
Artikel 3.
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2024