1. De subsidie kan worden verleend, indien het project voldoet aan het gestelde onder artikel 2.1., 2.2. en 2.6.2. Het in de gemeentebegroting opgenomen budget geldt als subsidieplafond. 3. Uitbetaling van de verleende subsidie vindt plaats in termijnen die gekoppeld zijn aan verschillende fasen in de planning van het project:30% wordt betaald bij de start van de uitvoering van het project;20% halverwege de uitvoering en50% bij gereed melding van het project.4. De aanvrager dient er voor zorg te dragen dat voor (werkzaamheden binnen) het voor subsidie in aanmerking komende project de benodigde vergunningen reeds verkregen zijn of nog worden verleend. Indien benodigde vergunningen binnen een jaar na subsidieverlening nog niet zijn verleend kunnen burgemeester en wethouders de verleende subsidie op nihil vaststellen.5. Veranderingen die in het project gaan plaatsvinden of hebben plaatsgevonden na aanvraag van de subsidie moeten worden gemeld aan burgemeester en wethouders en, indien subsidie is verleend, door hen worden geaccordeerd.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5
Subsidie verlenen
Onderdeel van Subsidieverordening kleine stedelijke vernieuwingsprojecten