Een schriftelijke vraag valt onder het recht van de raad op het stellen van vragen dat is ondergebracht in artikel 155 lid 1 van de wet. Raadsleden dienen deze schriftelijk in bij de griffier, die ze zo spoedig mogelijk ter kennis brengt van de overige raadsleden, het college en de burgemeester.
Het verantwoordelijk bestuursorgaan beantwoordt schriftelijke vragen zo spoedig mogelijk en in de regel binnen 30 dagen nadat de vragen bij hen zijn binnengekomen. Een raadslid kan in voorkomende gevallen gemotiveerd verzoeken de vragen met spoed te beantwoorden.
Indien beantwoording niet binnen 30 dagen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk bestuursorgaan de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.
De vragen en antwoorden worden aan de leden van de raad toegezonden en openbaar gemaakt.
Hoofdstuk 5
Artikel 44
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van het Reglement van orde voor de raad van Amstelveen 2024