**1..** De commissie vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls dit door de voorzitter dan wel tenminste twee leden van de commissie nodig wordt geoordeeld.
**2..** De voorzitter draagt er zorg voor dat de oproepingen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste vijf dagen voor de dag van de vergadering aan de leden worden toegezonden.
**3..** Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 13, tweede lid, bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de bekendmaking aan te geven wijze ter inzage gelegd.
**4..** Elk lid van de commissie is bevoegd om een naar zijn oordeel spoedeisend geval ter vergadering voor te stellen een onderwerp aan de agenda toe te voegen.
**5..** De commissie beslist, of en zo ja, in hoeverre aan een voorstel als bedoeld in het derde lid gevolg wordt gegeven.
Paragraaf 1
Artikel 9