We kijken bij het toepassen van de gedoogstrategie altijd als eerste stap of er samenloop is met andere regelgeving en of het gedogen niet in strijd is met andere wet- en regelgeving. We letten daarbij op eigen regels maar ook op die van andere overheden. Dit sluit aan bij integraal werken, zoals dit ook in deel A en de vergunningenstrategie staat.
We volgen de vaste jurisprudentie over gedogen van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
“Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in de concrete situatie behoort te worden afgezien”. 17ABRvS 7 juli 2004, zaaknr. 200306199/1
We gebruiken ook de regeringsnota’s ‘Grenzen aan gedogen’ als kader. 18Bestaande uit de 'eerste gedoogbrief' van de ministers VROM en Verkeer en Waterstaat van 28 mei 1990, TK 1989-1990, 21 137, nr. 269, de 'tweede gedoogbrief' van de ministers van VROM en Verkeer en Waterstaat van 10 oktober 1991, onder de titel 'Gezamenlijk beleidskader inzake het terugdringen van het gedogen van milieu-overtredingen', TK 1991-1992, 22 343, nr. 2 en de kabinetsnota 'Grenzen aan gedogen', TK 1996-1997, 25 085, nrs. 1-2.
Gedogen passen we alleen in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties toe. We gedogen alleen ‘actief’ dit betekent dat we er een besluit over nemen. Onze uitgangspunten voor gedogen zijn:
We handhaven bij overtredingen, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden en/of overgangssituaties zijn.
Gedogen blijft zoveel mogelijk beperkt in omvang en tijd;
We gedogen expliciet, op schriftelijk verzoek van de overtreder en na een zorgvuldige en kenbare belangenafweging.
Het gedogen tast belangen van derden niet in onredelijke mate aan.
De activiteit is na de periode van gedogen vergund of gestopt.
Een gedoogbeschikking is geen besluit, en ook de weigering of intrekking van een gedoogbeschikking niet. Een gedoogbeschikking kan dan ook niet worden aangevochten bij de bestuursrechter. Dit laat onverlet dat anderen in zo’n geval wel om handhaving kunnen verzoeken. Op dergelijke verzoeken moeten we reageren.
We kunnen gedogen bij overgangs- en overmachtsituaties.
Overgangssituaties zijn:
overtredingen met concreet zicht op legalisatie;
bedrijfsverplaatsingen;
experimenten en andere tijdelijke overtredingen;
situaties met overtredingen door omstandigheden die buiten de macht van de overtreder liggen of een nieuwe vergunning niet aansluitend op de oude vergunning geldt;
gevallen waarin de rechter de vergunning vernietigt, terwijl vergunnen wel mogelijk lijkt;
als de overtreder voorschriften om technische redenen niet kan naleven en die voorschriften binnenkort worden aangepast;
situaties waarbij de overtreding ophoudt te bestaan door versoepeling van regels.
Overmachtsituaties zijn:
situaties waarin de overtreding was toegestaan, dan is volgens artikel 5:5 Awb19Artikel 5:5 Awb Het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond. handhaving niet toegestaan. We moeten dan gedogen;
situaties waarin het belang waar de regel voor is gemaakt beter af is als we gedogen;
gevallen waarin handhaven onevenredig zwaar is in verhouding tot het belang dat we met handhaving beschermen.
We gedogen niet:
als het gedrag van de overtreder recidiverend of calculerend is;
bij activiteiten die vallen onder ondermijnen;
als de te gedogen activiteit in strijd is met een andere regel en het bevoegde gezag voor de handhaving van die regel laat weten dat het bestuursrechtelijk handhaaft of gaat handhaven
Een afschrift van de gedoogbeschikking sturen we naar:
het Openbaar Ministerie;
de politie;
eventuele andere betrokken instanties.
We houden actief toezicht op gedoogsituaties. We kijken of het gedogen nog actueel is en of de vergunninghouder de opgelegde beperkingen en voorwaarden naleeft.
Deel B:
Artikel 6.2
Integrale beoordeling om te gedogen
Onderdeel van VTH - Beleid Zeeland 2024 onderdeel strategie