Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.5

Toevoeging en onttrekking aan reserves en voorzieningen

Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2023 gemeente Bergeijk

Het in paragraaf 2.3 genoemde onderscheid tussen reserves en voorzieningen is vooral van belang voor de resultaatbepaling en –bestemming. In de Programmarekening legt het college verantwoording af aan de raad over het beheer. In de Programmarekening komt het saldo van baten en lasten over het verslagjaar tot uitdrukking in het rekeningresultaat. Het behoort tot de bevoegdheid van de raad om dit resultaat, nadat het met de algemene reserve is verrekend, een bestemming te geven of bij negatief resultaat de dekking te regelen. In de BBV is voorgeschreven dat het saldo van de rekening van baten en lasten voor bestemming apart zichtbaar gemaakt wordt (op functie 970). De voorzieningen moeten worden gevormd en op de benodigde omvang gehouden worden ten laste van de exploitatie (binnen het programma). Dit omdat feitelijk sprake is van een verplichting. Het vormen van een voorziening of het op peil houden daarvan is dus van invloed op het resultaat vóór bestemming. Mutaties in reserves zijn geen baten en lasten. Voor het budgetrecht van de raad is het belangrijk dat vorming van, toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zo veel mogelijk al bij de Programmabegroting worden bepaald. Deze voorgenomen mutaties worden conform de voorschriften BBV apart zichtbaar gemaakt (op functie 980). Deze voorschriften zijn zowel van toepassing bij de Programmabegroting als bij de Programmarekening. In het verlengde hiervan dient het resultaat na bestemming te worden bepaald op functie 990. Dit resultaat wordt conform artikel 42 BBV afzonderlijk op de balans zichtbaar gemaakt bij het eigen vermogen.

Rechtspraak bij dit artikel