Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.10

Reserves bij verbonden partijen

Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2023 gemeente Bergeijk

Gemeenten participeren in een groot aantal verschillende verbonden partijen. Partijen met elk hun eigen dynamiek, en daaraan gekoppeld een specifiek risico. De risico’s van de verbonden partijen rusten uiteindelijk altijd bij de deelnemende partijen maar kunnen in meer of mindere mate binnen de verbonden partijen worden opgevangen. Er kan sprake zijn van een verbonden partij als publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie. Voorbeelden van publiekrechtelijke verbonden partijen zijn onder andere de Veiligheidsregio, de WVK, de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant en de GGD. Voorbeelden van privaatrechtelijke verbonden partijen zijn de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Brabant Water. De publiekrechtelijke verbonden partijen Algemene Reserve: Deze verbonden partijen hebben in principe geen algemene reserve nodig; de gemeenten staan uiteindelijk in voor eventuele tekorten. Echter voor sommige organisaties gelden wettelijke eisen c.q. wordt dit door de toezichthouder (Provincie) verplicht gesteld; hieraan moet dan voldaan worden. Overigens zou in enkele gevallen uit praktische overwegingen wel een beperkte algemene reserve door het Algemeen Bestuur van de verbonden partij kunnen worden toegestaan. Deze reserves moeten de verbonden partijen dan wel zelf vormen uit positieve resultaten van de Programmarekening via de resultaatbestemming. De organisatie moet dan wel een onderbouwing geven van het maximum bedrag, dat door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld; dit kan in de Programmabegroting of in afzonderlijke notities. Bedragen boven dit maximum moeten worden teruggestort naar de deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten hebben invloed op de grenzen van de algemene reserve door deelname aan het Algemeen Bestuur. Bij elke partij dienen we ons af te vragen hoe groot de risico’s zijn, of de gemeente die risico’s zelf afdekken (bijvoorbeeld door een risicovoorziening) en zo ja, hoe groot is dat risico dan voor de gemeente en hoe dekken we dat af. Als algemeen beleidsuitgangspunt stellen we dat publiekrechtelijke verbonden partijen beperkt of geen algemene reserve aanhouden en dat de risico’s en benodigde weerstandsvermogen bij de gemeente is. Bestemmingsreserves: Onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve waaraan door het hoogste orgaan van een organisatie een bepaalde bestemming is gegeven. Omdat in zijn algemeenheid op de bestemmingsreserves verplichtingen rusten, is dit toegestaan. Wel zal bij behandeling van de Programmarekening uitdrukkelijk moeten worden getoetst of de bestemmingsreserve (nog) noodzakelijk is. De uitgangspunten die de gemeente Bergeijk stelt voor het instellen van bestemmingsreserves kunnen een op een overgenomen worden als beleidsuitgangspunt. De privaatrechtelijke verbonden partijen Op de risico’s en de vorming van reserves van privaatrechtelijke verbonden partijen hebben gemeenten slechts zeer beperkt zeggenschap; uitsluitend gezamenlijk met mede aandeelhouders via de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA). Veelal worden voor dergelijke partijen wettelijke minimum eisen gesteld aan hun vermogen. Dit om aan de financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen. Dit wil echter niet zeggen dat er onbeperkt “opgepot” hoeft te worden. Deze partijen dienen goed te worden gemonitord en indien nodig worden voorstellen ingebracht in de AVA. Risico’s Met de paragrafen Verbonden partijen en Weerstandvermogen wordt inzicht gegeven in ontwikkelingen bij verbonden partijen en het effect dat zij hebben op het weerstandsvermogen. Daarbij nemen we substantiële risico’s die een verbonden partij aangeeft mee in onze risicobeoordeling. Richtlijnen Bij de publiekrechtelijke verbonden partijen zijn de risico’s vaak goed in te schatten. Het grootste deel van de uitgaven zijn vaak salariskosten. De salariskosten zijn normaliter goed in te schatten, een algemene reserve is daardoor niet direct noodzakelijk, maar kan uit pragmatisch oogpunt wel effectief zijn. Indien er een algemene reserve gevormd wordt zou die beperkt moeten zijn. Beperkt is tussen 0% en 5% zijn van de totale geprognosticeerde salariskosten. De algemene reserve is dan enkel aanwezig om een beperkt negatief resultaat, als dat al ontstaat, op te vangen. De deelnemende gemeenten dienen eventuele tekorten aan te vullen. Het risico dient zo mogelijk gekwantificeerd te worden. We vermelden dit risico in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Voor vennootschappen kan een andere richtlijn gelden. Hier kan een solvabiliteitsratio gehanteerd worden. Het solvabiliteitsratio geeft aan of een bedrijf in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Met name banken, waaronder de BNG, hebben daarbij andere normen dan andere bedrijven. De solvabiliteit kan worden berekend door het eigen vermogen te delen door het totaal vermogen. Een minimumnorm van 0,25 tot 0,40 wordt in de regel als voldoende ervaren. Uiteraard dienen wettelijke voorschriften eerst gerespecteerd te worden. Beleidsuitgangspunten reserves verbonden partijen 2023: Uitgangspunt is dat een publiekrechtelijke verbonden partij beperkt of geen algemene reserve vormt. Vormt de publiekrechtelijke verbonden partij een algemene reserve dan geldt een norm tussen 0% en 5% van de salariskosten. Vennootschappen voldoen minimaal aan de wettelijke eisen voor de solvabiliteitsnorm. Voor zover wettelijke eisen ontbreken streven naar solvabiliteitsnorm tussen 0,25 en 0,40. Verbonden partijen zijn zeer terughoudend met het vormen van bestemmingsreserves.

Rechtspraak bij dit artikel