De draagkracht wordt vastgesteld met inachtneming van de middelen zoals bedoeld in paragraaf 3.4 van de Pw.
Voor de vaststelling van de draagkracht uit inkomen wordt van de in aanmerking te nemen middelen, zoals genoemd in het eerste lid, het gedeelte van het inkomen inclusief vakantietoeslag dat meer bedraagt dan 120% van het sociaal minimum in aanmerking genomen en als draagkracht vastgesteld bij de verstrekking van bijzondere bijstand.
Bij het vaststellen van de draagkracht wordt het inkomen en vermogen van de persoon waarbij sprake is van een wettelijk schuldsaneringstraject (WSNP), een minnelijk schuldsaneringstraject (MSNP) of een schuldsaneringskrediet gedurende het saneringstraject in zijn geheel niet in aanmerking genomen.
Het vermogen boven het vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34 Pw wordt voor de vaststelling van de draagkracht geheel in aanmerking genomen.
De individuele studietoeslag en de individuele inkomenstoeslag worden niet in aanmerking genomen als draagkracht.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt bij de volgende kostensoorten het gedeelte van het inkomen inclusief vakantietoeslag dat meer bedraagt dan 100% van het sociaal minimum als draagkracht in aanmerking genomen:
Aanvullende bijzondere bijstand voor jongeren <21 jaar;
Bijzondere bijstand inrichtingsnorm voor jongeren < 21 jaar;
Woonkostentoeslag;
Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in een inrichting;
Overbruggingsuitkering;
De kosten van schuldenbewind.
HOOFDSTUK 1
Artikel 4
Het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen
Onderdeel van Gemeente Heerlen - Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2024