**1..** De raad delegeert zijn bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders in de volgende gevallen:
Het verwerken van verleende omgevingsvergunningen die onherroepelijk zijn in het omgevingsplan.
Het verwerken van wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving.
Het actualiseren en aanpassen op waarden die uit onderzoek zijn gebleken en toevoegen van nieuwe elementen in de fysieke leefomgeving.
Het verwerken van wijzigingen van technische aard, te weten: het corrigeren van gebleken omissies, verschrijvingen en onjuiste verwijzingen.
Het wijzigen van het omgevingsplan in die gevallen waar in het tijdelijk omgevingsplan sprake is van wijzigings- of uitwerkingsbepalingen.
**2..** De raad delegeert zijn bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit voor het opnemen van voorbeschermingsregels in het omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders.