Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aanwijzing van gevallen verplichte participatie bij aanvraag omgevingsvergunning

Onderdeel van Besluit Adviesrecht gemeenteraad en participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gemeente Leidschendam-Voorburg

De volgende gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt aangewezen als gevallen waarbij de gemeenteraad - gebaseerd op artikel 16.55, lid 7, van de Omgevingswet - verplichte participatie voorschrijft: Het bouwen van woningen en/of het wijzigen van een bestaande functie naar wonen, al dan niet in combinatie met bedrijvigheid, van tien (10) of meer woningen binnen de bebouwde kom van Leidschendam en Voorburg en van vijf [5] of meer woningen buiten de bebouwde kom en de kern van Stompwijk. (+ én waarbij een ontheffing op basis van de nota parkeernormen aan de orde is). Indien - naar oordeel van het college - sprake is van grote maatschappelijke impact, er grote maatschappelijke onrust is, en/of anderszins politiek gevoelige initiatieven. de hierboven genoemde gevallen zijn niet van toepassing: als een project in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgesteld specifiek en op het plan gericht ruimtelijk kader (een ruimtelijk kader is een planfiguur waarin de voorwaarden en/of uitgangspunten op hoofdlijnen beschreven staan om de desbetreffende ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken waarna de planologische procedure kan worden opgestart). Een termijn van vijf [5] jaar na vaststelling wordt gehanteerd; op een activiteit genoemd in ‘Bijlage II, artikel 4 Besluit omgevingsrecht’ (Bor) zoals dat luidde op de dag voor de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet (Kruimelregeling).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel