**1..** De volgende gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden aangewezen als gevallen waarbij de gemeenteraad een bindend advies, gebaseerd op artikel 16.15a, onder b, van de Omgevingswet, geeft aan het college van burgemeester en wethouders:
het bouwen van woningen en/of het wijzigen van een bestaande functie naar wonen, al dan niet in combinatie met bedrijvigheid, bij:
tien (10) of meer woningen binnen de bebouwde kom van de kernen Leidschendam en Voorburg;
vijf (5) of meer woningen binnen de bebouwde kom van de kern Stompwijk;
vijf (5) of meer woningen buiten de bebouwde kom.
Het bouwen van voorzieningen en/of het wijzigen van een bestaande functie voor:
de collectieve opvang (reguliere opvang, noodopvang en/of crisisopvang) van asielzoekers;
de tijdelijke opvang van statushouders;
de collectieve opvang en/of huisvesting van bijzondere doelgroepen met een intensieve hulpvraag;
het met inachtneming van formeel vastgestelde gedoogcriteria verkopen, afleveren en/of verstrekken en daartoe aanwezig hebben van verboden middelen en/of producten (zoals bijvoorbeeld het vestigen van een coffeeshop met inachtneming van de AHOJGI-criteria);
prostitutiedoeleinden en/of overige vormen van seksinrichtingen
de vestiging en exploitatie van milieubelastende activiteiten (hieronder worden verstaan activiteiten die naar aard, omvang en milieueffect vergelijkbaar zijn met inrichtingen vanaf milieucategorie 3 als bedoeld in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’).
Het bouwen van windturbines, windmolens, zonneparken, systemen voor grootschalige energieopslag en daarmee vergelijkbare voorzieningen.
**2..** Van het bepaalde onder 1, sub a. tot en met c. zijn uitgezonderd buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die in overeenstemming zijn met:
een door de raad, naar aanleiding van een bij het college ingediend verzoek om vooroverleg over die activiteit, genomen principebesluit tot het verlenen van medewerking aan die activiteit;
een door de raad vastgesteld ruimtelijke kader of daarmee vergelijkbaar kaderstellend en/of randvoorwaardelijk document;
mits de formele aanvraag om omgevingsvergunning voor de betreffende buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt ingediend binnen maximaal vijf jaar na het nemen van dat principebesluit of het vaststellen van dat ruimtelijk kader.
**3..** Van het bepaalde onder 1, sub a. tot en met c., zijn eveneens uitgezonderd buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor het college voornemens is de aanvraag om omgevingsvergunning te weigeren.
Artikel 1
Aanwijzing van gevallen waarvoor een bindend advies is vereist
Onderdeel van Besluit Adviesrecht gemeenteraad en participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gemeente Leidschendam-Voorburg