Een groen- en reststrook kan niet worden uitgegeven indien het onderdeel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur of nevengroenstructuur, dan wel als het wordt aangemerkt als aankledingsgroen.
Hoofdgroenstructuur: Een samenhangende structuur van parken, grotere groene eenheden en boombeplantingen, die het wijkniveau overstijgen, en die minimaal nodig is voor het beschermen en ontwikkelen van een gezonde groene basis in de stad, ten behoeve van een optimale leefbaarheid nu en in de toekomst. Als de groen- en reststrook onderdeel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur komt de groen- en reststrook niet voor uitgifte in aanmerking.
Nevengroenstructuur: Een samenhangende structuur van kleinere groene eenheden en boombeplantingen, op buurt en/of wijkniveau, en die minimaal nodig is voor het beschermen en ontwikkelen van een gezonde groene basis in de stad, ten behoeve van een optimale leefbaarheid nu en in de toekomst. Als de groen- en reststrook onderdeel uitmaakt van de nevengroenstructuur komt de groen- en reststrook niet voor uitgifte in aanmerking.
Aankledingsgroen: Het wordt in het omgevingsplan als zodanig niet genoemd, maar valt vaak onder V-VB (verkeer – verblijfsgebied). Dit groen heeft als functie, zoals het woord zelf al zegt, de aankleding van wijk/straat. Het is bepalend voor de stedenbouwkundige structuur van een wijk. Dit groen is beeldbepalend groen. Als de groen- en reststrook wordt aangemerkt als aankledingsgroen komt de groen- en reststrook niet voor uitgifte in aanmerking
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1
De hoofdgroenstructuur, nevengroenstructuur en aankledingsgroen
Onderdeel van Beleidsnota uitgifte groen- en reststroken gemeente Maashorst 2024