1. Deze verordening verstaat onder:
a. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of een soortgelijk onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen.
c. vaste standplaats: terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van hetzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar.
d. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 30 september.
2. Voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld.
3. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen wordt per standplaats:
a
het aantal overnachtende personen gesteld op 2,7 personen
b.
het aantal nachten gesteld op:
als een kampeermiddel in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt:
1o
76 nachten
voor één jaar
2o
69 nachten
voor één seizoen
3o
23,67 nachten
voor één maand
4o
8,67 nachten
voor elke maand meer
Artikel 5
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2024