Lid 1.
Het persoonsgebonden budget bedraagt, rekening houdend met de kosten voor verzekering en onderhoud voor de gehele gebruiksjaren, ten hoogste:
SOORT VOORZIENING
Aanschaf, verzekering en onderhoud hele periode
Handbewogen rolstoel voor continu gebruik
€ 3.550,00
Handbewogen rolstoel voor incidenteel/kortdurend gebruik
€ 650,00
Handbewogen rolstoel voor (semi-)permanent/algemeen gebruik
€ 2.250,00
Handbewogen rolstoel voor actief gebruik
€ 3.775,00
Handbewogen kinderrolstoel voor (semi) permanent/actief gebruik
€ 3100,00
Handbewogen kinderrolstoel voor permanent gebruik
€ 4.275,00
Elektrische rolstoel voor (semi-)permanent gebruik, primair binnen, maar ook om het huis
€ 10.625,00
Elektrische rolstoel voor (semi-)permanent gebruik, primair buiten, maar ook binnenshuis
€ 13.000,00
Elektrische kinderrolstoel
€ 14.200,00
Scootmobiel voor gebruik in de woonomgeving (minimaal 8 km/uur)
€ 3.175,00
Scootmobiel voor gebruik in de woonomgeving (minimaal 10 km/uur)
€ 4.025,00
Scootmobiel voor langere afstanden en intensief gebruik (minimaal 15 km/uur)
€ 4.975,00
Sportrolstoel
€ 3.550,00
Standaard driewielfiets zonder hulpmotor
€ 4.150,00
Standaard driewielfiets met hulpmotor
€ 6.775,00
Lid 2.
Voor hulpmiddelen geldt een aantal gebruiksjaren van 7 jaar. Voor een sportrolstoel is dit 3 jaar.
Lid 3.
Indien de inwoner het persoonsgebonden budget aanwendt voor het huren van een hulpmiddel ontvangt hij per kalenderjaar het in het eerste lid genoemde totaalbedrag, gedeeld door het aantal gebruiksjaren.
Lid 4.
De restwaarde van het hulpmiddel kan worden teruggevraagd en wordt als volgt bepaald:
Bij verhuizing of overlijden of niet meer adequaat zijn van de voorziening
Restwaarde als percentage van het verstrekte persoonsgebonden budget
Eerste jaar
50%
Tweede jaar
40%
Derde jaar
30%
Vierde jaar
20%
Vijfde jaar
10%
Zesde jaar
0%
Hoofdstuk 2:
Artikel 4.
Omvang van het persoonsgebonden budget bij koop en huur van hulpmiddelen
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Voorschoten 2024