Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 9.

Bedragen individueel vervoer

Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Voorschoten 2024

Lid 1. De vergoeding voor verschillende maatwerkvoorzieningen voor individueel vervoer bedragen op jaarbasis maximaal: voor vervoer per taxi € 2412,00 voor vervoer met de (eigen) auto € 600,00 voor een rolstoeltaxi € 3612,00 Lid 2. De hoogte van de bedragen wordt voor inwoners tot 16 jaar gesteld op een percentage van de in het eerste lid genoemde bedragen op: 0% voor aanvragers tot 4 jaar; 25% voor aanvragers van 4 tot 6 jaar; 50% voor aanvragers van 6 tot 12 jaar; en 75% voor aanvragers van 12 tot 16 jaar. Lid 3. Voor zover echtgenoten of partners beiden in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening vervoer dan wel voor het CVV en tenminste één van hen kan geen gebruik maken van het CVV, wordt aan elk van hen een percentage (25, 50% dan wel 75%, of anders afhankelijk van de gezamenlijke vervoersbehoefte) van het maximumbedrag voor het individueel vervoer toegekend. Partners zijn personen die meerderjarig zijn en getrouwd of geregistreerd partner zijn of een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract met een wederzijdse zorgverplichting hebben afgesloten of allebei op hetzelfde adres staan ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente of een vergelijkbare administratie buiten Nederland. Lid 4. Indien belanghebbende gebruik maakt van een andere maatwerkvoorziening zoals een scootermobiel, dan wel een eigen verplaatsingsmiddel, kunnen de kilometers en bedragen van artikel 10 en 11 met 50% worden verlaagd, afhankelijk van de mate waarin het andere verplaatsingsmiddel in de vervoersbehoefte voorziet. Lid 5. Indien om andere redenen, zoals het nog gedeeltelijk gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer, de vervoersbehoefte afwijkt, kunnen de bedragen in artikel 10 en 11 met 50% worden verlaagd, afhankelijk van de mate waarin in de vervoersbehoefte reeds wordt voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel