De voeding van bestemmingsreserves kan op drie manieren plaatsvinden: door in de begroting geraamde stortingen, bij de bestemming van een positief jaarresultaat en door overheveling van een saldo van een reserve naar de bestemmingsreserve.
Met de overheveling van saldi tussen reserves kan niet steeds op voorhand in de begroting rekening worden gehouden. Op grond van het BBV dient deze overheveling via de resultaatbestemming te lopen.
Algemene reserves mogen een negatief saldo hebben2Het totale eigen vermogen van een gemeente (algemene reserves plus bestemmingsreserves plus rekeningresultaat) kan negatief zijn.. Dit is echter ongewenst. Daarom moet een negatief saldo zo snel mogelijk weer terug gebracht worden naar een positief saldo.
Anders is dit bij bestemmingsreserves. Wanneer bij de realisatie van het bestemmingsdoel blijkt dat het saldo van een bestemmingsreserve ontoereikend is kan maximaal het in de betreffende reserve aanwezige saldo aan de reserve onttrokken worden. De na onttrekking aan de bestemmingsreserve nog te vinden dekking van het restant bedrag kan op drie manieren worden gevonden:
in de exploitatie (binnen de programma’s);
door aanwending van de betreffende bestemmingsreserve die vanuit een andere reserve met een extra storting op een toereikend saldo wordt gebracht;
door aanwending van een algemene reserve.
Omdat mutaties in reserves altijd via de resultaatbestemming plaats moeten vinden en de raad het resultaat bestemt moet een, na de tweede tussentijdse rapportage noodzakelijk gebleken, bijstelling van een begrote dotatie of onttrekking aan een reserve plaatsvinden door:
nog tijdens het lopende boekjaar de raad daartoe een separaat besluit (begrotingswijziging) te laten nemen, of
nog tijdens het lopende boekjaar de mutatie in de slotwijziging aan de raad ter besluitvorming voor te leggen, of
na afloop van een boekjaar de bijstelling van de dotatie of onttrekking via de jaarrekening aan de raad ter besluitvorming (bij de bestemming van het rekeningresultaat) voor te leggen.
Het rechtstreeks, dat wil zeggen via de programma´s, aan reserves doteren of onttrekken van middelen is niet meer toegestaan. Dotaties en onttrekkingen vinden plaats via het overzicht van baten en lasten, na berekening van het exploitatieresultaat.
Mutaties in reserves (instellen, stortingen en onttrekkingen) kunnen slechts met medewerking van de raad tot stand komen3Zie artikel 17d en artikel 27d BBV..
Het is mogelijk dat de raad in de loop van het jaar een aparte beslissing neemt over reservevorming of mutaties daarin. Via het resultaat bestemmende deel van de begroting kunnen ook tijdens een boekjaar mutaties in reserves worden aangebracht.
Stortingen in en onttrekkingen aan reserves worden opgenomen in de staat van reserves en voorzieningen.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.1.2
Dotaties en onttrekkingen aan bestemmingsreserves
Onderdeel van Nota reserves & voorzieningen 2023