Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.1

Systematiek

Onderdeel van Nota reserves & voorzieningen 2023

Het BBV staat toe dat er een rentevergoeding over de eigen financieringsmiddelen12Saldi van de reserves en voorzieningen wordt toegerekend aan de taakvelden als ware het een rentelast13Artikel 2, lid 4 BBV. Deze rentevergoeding wordt ook wel ‘bespaarde rente’ genoemd. Momenteel is het zeer gebruikelijk dat gemeenten bespaarde rente berekenen. Ook de gemeente Krimpenerwaard hanteert deze systematiek. Reden om bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen te berekenen is dat deze dienen als financieringsbron. De beschikbaarheid van eigen financieringsmiddelen vermindert de behoefte aan rentedragend vreemd vermogen, waardoor de rentekosten worden verlaagd. Dit werkt door in het resultaat van de exploitatie. Indien het uitgangspunt is dat de financieringswijze in beginsel geen rol mag spelen bij de kostprijsberekening van een gemeentetaak rekenen gemeenten aan elke taak de kosten toe die samenhangen met het beslag op het gehele vermogen. Het onderscheid tussen eigen financieringsmiddelen en vreemde financieringsmiddelen speelt hierbij geen rol. Ook Krimpenerwaard volgt deze werkwijze en werkt daarom met de zogenaamde totaalfinanciering. Het gevolg van deze lijn is dat in de regel ook rente wordt berekend over de ter financiering ingezette eigen financieringsmiddelen. In de kostensfeer is dus sprake van rentelasten over de eigen financieringsmiddelen. Omdat deze rentelasten niet aan een externe financier behoeven te worden afgedragen maar ten goede komen aan de gemeente staan tegenover de rentelasten de hiermee corresponderende rentebaten. Het BBV laat de mogelijkheid open om (een deel van) de bespaarde rente als baat op te nemen in de exploitatiebegroting of toe te voegen aan de reserves/het eigen vermogen. Wanneer de bespaarde rente wordt toegevoegd aan het eigen vermogen kan dit ook worden beschouwd als een “inflatievergoeding” om “de waarde” van het eigen vermogen (koopkracht) in stand te houden.Toevoeging van de bespaarde rente aan reserves is dus toegestaan, maar dient, zoals alle mutaties in de reserves, plaats te vinden via de resultaatbestemming. In artikel 45 van het BBV staat expliciet beschreven dat rentetoevoegingen aan voorzieningen niet zijn toegestaan. Reden is dat voorzieningen naar beste schatting dekkend dienen te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Er zijn echter twee uitzonderingen. Indien sprake is van een voorziening, waarvan het saldo tegen contante waarde is berekend, zijn jaarlijkse toevoegingen in verband met de contante waarde-rente wel toegestaan. Deze zijn immers nodig om de voorziening op de juiste hoogte te houden. Ook in het geval het Rijk rentebijschrijving eist, is sprake van een storting ten laste van de exploitatie die nodig is om de voorziening op peil te houden en is de storting daarom toegestaan. Deze toevoeging moet plaatsvinden ten laste van het desbetreffende programma of product. De commissie BBV is van mening dat de systematiek van de bespaarde rente een fictieve rentelast creëert en leidt tot het (onnodig) opblazen van de programmalasten en daarmee ten koste van de eenvoud en transparantie gaat. De commissie doet daarom de aanbeveling om geen rente over de eigen financieringsmiddelen te berekenen. Als er wel een rentevergoeding over het eigen vermogen wordt berekend, dan moet deze vergoeding op een realistisch niveau liggen. Daarom mag deze vergoeding maximaal het rentepercentage zijn dat door de gemeente over extern aangetrokken financieringsmiddelen wordt vergoed. Aangezien het hierbij veelal om een samenstel van meerdere langlopende en kortlopende leningen gaat, zal hiertoe het gewogen percentage 14Ook wel omslagrente genoemd moeten worden berekend.

Rechtspraak bij dit artikel