Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter en de leden van de commissie worden door het college van burgemeester en wethouders benoemd op grond van artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet. Het college informeert de raad over een benoeming. 2.. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste vier jaar worden benoemd. 3.. De voorzitter en de leden kunnen worden herbenoemd waarbij de maximale zittingsperiode acht jaar bedraagt. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 4.. Afgetreden leden zijn twee jaar na hun aftreden weer benoembaar. 5.. De voorzitter en de plaatsvervangers worden in functie benoemd. 6.. De voorzitter en de leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel