In deze paragraaf wordt verstaan onder:
erfsingel: houtopstand langs de rand van een erf dat buiten de bebouwde kom ligt;
wegbeplanting: houtopstand langs een weg;
hakhout: één of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
boom: een houtachtig, overblijvend gewas dat één- of meerstammig is en waarvan de doorsnede van de stam minimaal 10 cm is op 1,3 meter boven het maaiveld;
dunnen: vellen of rooien van bomen en struiken uit een houtopstand, voor zover dat noodzakelijk is voor het voortbestaan van die houtopstand en er minimaal overblijft:
één boom per 12 m2 als de houtopstand 10-20 tien jaar oud is;
één boom per 24 m2 als de houtopstand 10-40 jaar oud is;
één boom per 48 m2 als de houtopstand meer dan 40 jaar oud is, en
één struik per 5 m2 in alle levensfasen van de houtopstand;
bebouwingscontour houtkap: grens die is vastgelegd op grond van artikel 5:165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en zolang die nog niet is vastgesteld de grens van de bebouwde kom;
vellen: kappen, rooien of andere handelingen uitvoeren die de dood of ernstige beschadiging van een boom of houtopstand tot gevolge kunnen hebben.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.1
Begrippen over houtopstanden
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder