Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.1

Begrippen over houtopstanden

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder

In deze paragraaf wordt verstaan onder: erfsingel: houtopstand langs de rand van een erf dat buiten de bebouwde kom ligt; wegbeplanting: houtopstand langs een weg; hakhout: één of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. boom: een houtachtig, overblijvend gewas dat één- of meerstammig is en waarvan de doorsnede van de stam minimaal 10 cm is op 1,3 meter boven het maaiveld; dunnen: vellen of rooien van bomen en struiken uit een houtopstand, voor zover dat noodzakelijk is voor het voortbestaan van die houtopstand en er minimaal overblijft: één boom per 12 m2 als de houtopstand 10-20 tien jaar oud is; één boom per 24 m2 als de houtopstand 10-40 jaar oud is; één boom per 48 m2 als de houtopstand meer dan 40 jaar oud is, en één struik per 5 m2 in alle levensfasen van de houtopstand; bebouwingscontour houtkap: grens die is vastgelegd op grond van artikel 5:165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en zolang die nog niet is vastgesteld de grens van de bebouwde kom; vellen: kappen, rooien of andere handelingen uitvoeren die de dood of ernstige beschadiging van een boom of houtopstand tot gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel