Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.1

Bestrijding iepziekte

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder

1.. In dit artikel wordt verstaan onder: iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus. 2.. Indien op een terrein één of meer iepen staan die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende, als die daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht om binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: de iepen te vellen als die nog in de grond staan en de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen, of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 2.. Het is verboden om gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. 3.. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van dit verbod.

Rechtspraak bij dit artikel