**1..** Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:
een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg;
een uitweg te maken naar de weg;
van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
**2..** De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als dat niet strijdig is met het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
**3..** Het verbod uit het eerste lid, onder b, c en d geldt alleen voor uitwegen die buiten de bebouwde kom liggen en voor uitwegen op bedrijventerreinen.
**4..** Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
**5..** Het verbod is ook niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1
(Omgevings)vergunning voor het veranderen of aanleggen van een weg of uitweg
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder