Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.3

Voertuigen op een openbare plaats

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder

1.. Het is verboden om een voertuig zo op een openbare plaats te plaatsen dat het gevaar, schade of hinder oplevert of de openbare ruimte anders gebruikt dan overeenkomstig de openbare functie ervan. 2.. Onder dit verbod vallen in ieder geval: een fiets, bromfiets of soortgelijk voertuig tegen een raam, gevel of in de ingang plaatsen als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker ervan of als daardoor de ingang versperd wordt; op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode; een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren; een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, op de weg te parkeren, tenzij hierin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving; een voertuig langer dan zesenvijftig dagen stil laten staan, tenzij hierin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving, en op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 3.. Het college kan nadere regels stellen.

Rechtspraak bij dit artikel