Het is verboden om de bodem te verstoren in een archeologisch monument of in een gebied waar archeologische vondsten worden verwacht als in het omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving of artikel 3.16, vijfde lid van de Wet ruimtelijke ordening, tenzij:
voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend;
het een verstoring betreft van een archeologisch monument of van een verwachtingsgebied dat is aangegeven op de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door het college vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring, of
de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen.
HOOFDSTUK 7 › Paragraaf 7.5
Artikel 7.5.1
Vangnet archeologie
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder