Naar hoofdinhoud
Een fractie kan de financiële bijdrage die in een raadsperiode niet gebruikt is, meenemen voor een aanvulling op de financiële bijdrage ten behoeve van die fractie in de daaropvolgende raadsperiode (of in de volgende jaren van de lopende raadsperiode). De fractie doet hierop een beroep bij de verantwoording zoals bedoeld in artikel 5. De totale reserve van een fractie is niet groter dan 30 % van de totale bijdrage die de fractie over de gehele voorgaande raadsperiode toekwam op grond van artikel 2. De reserve van een fractie wordt niet in mindering gebracht op de vergoeding waar de fractie aanspraak op maakt in een nieuwe raadsperiode. Het beroep in enige raadsperiode op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de eindafrekening van de fractie. De reserve blijft na de verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor die fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere. Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30 procent van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in de voorgaande raadsperiode ontving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel