Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Urgentieverklaringen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Gemeente Arnhem 2024

1.. Een corporatie kan een herstructureringsurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die vanwege sloop of ingrijpende renovatie de woonruimte moet verlaten en daar niet terugkeert. Deze woningzoekenden hebben de keuze om zelf te zoeken naar een woonruimte of door een corporatie te worden bemiddeld naar een woonruimte. 2.. Het college van burgemeester en wethouders kan een urgentieverklaring verstrekken aan personen die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten. 3.. Het college van burgemeester en wethouders kan een mantelzorgurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die in de gemeente mantelzorg verleent of ontvangt: als de verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft; waarbij sprake is van een ondersteuningsvraag; en waarbij sprake is van een mantelzorgrelatie waarin de mantelzorger minimaal 10 uur per week besteedt aan het bieden van mantelzorg. 4.. Het college van burgemeester en wethouders kan een noodurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die zich in een persoonlijke noodsituatie bevindt, indien deze noodsituatie: niet door betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen; niet door betrokkene zelf kan worden opgelost; en zodanig ernstig is dat het onverantwoord is deze situatie langer dan 4 maanden te laten voortbestaan, geteld vanaf het moment van de aanvraag om een urgentieverklaring. 5.. Voor zover er sprake is van verwijtbare verantwoordelijkheid voor het ontstaan of voortbestaan van de persoonlijke noodsituatie als bedoeld in het vierde lid geldt dit tot een maximum van drie jaar na het ontstaan van de woonnoodsituatie. 6.. Een urgentieverklaring kan worden ingetrokken, indien de woningzoekende weigert een door een corporatie aan hem aangeboden woonruimte te aanvaarden. 7.. De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 zijn geldig voor het verkrijgen van woonruimten in de woningmarktregio. 8.. De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 2 , 3 en 4 hebben een geldigheidsduur van vier maanden. Deze geldigheidsduur kan eenmaal worden verlengd met drie maanden. 9.. De urgentieverklaringen vervallen door het aanvaarden van een aangeboden woonruimte. 10.. Een woningzoekende die in het bezit is van een urgentieverklaring als bedoeld in de leden 2, 3 en 4 reageert zelf op aangeboden woningen, tenzij bij de urgentieverlening anders is bepaald.

Rechtspraak bij dit artikel