Allereerst is van belang de hoogte van de overwaarde (het verschil tussen de WOZ-waarde van de woning en de openstaande hypothecaire schuld). Als deze overwaarde € 250.000,- of meer bedraagt, zal in beginsel worden verlangd van belanghebbende dat de woning te gelde wordt gemaakt. Voor de duidelijkheid: dat is naast de al bestaande wettelijke vrijlating zoals vastgelegd in artikel 34 lid 2 onder d Participatiewet. Daarnaast kan het zo zijn dat op grond van dringende omstandigheden van medische en sociale aard, het te gelde maken van de woning in redelijkheid niet kan worden verlangd. Daarbij gaat het met name om de situatie dat een huis volledig is aangepast voor een gehandicapte, of een gezin met veel kinderen voor wie het vrijwel onmogelijk is om vervangende woonruimte te vinden. Om als sociale omstandigheden te worden aangemerkt moet er ook sprake zijn van dringende, zwaarwegende omstandigheden. Het feit dat een persoon of gezin al lange tijd in de woning woont, is op zichzelf onvoldoende om te stellen dat het te gelde maken van de woning niet kan worden verlangd. Immers een lange woonduur betekent ook een grotere kans op een vervangende (huur)woning.
Indien het te gelde maken van een woning in redelijkheid niet kan worden verlangd gelet op de hiervoor genoemde criteria, kan van een belanghebbende gevergd worden dat hij zijn woning (verder) moet bezwaren. Dat houdt in dat een hypothecaire lening moet worden afgesloten. Het geld van de lening wordt belanghebbende geacht om te gebruiken voor zijn levensonderhoud. Pas als ook dit niet mogelijk blijkt, wordt de bijstand in de vorm van een lening verstrekt, met vestiging van een hypotheek- of pandrecht.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1
Verkoop of verdere bezwaring van de woning onredelijk
Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet gemeente Nijmegen 2024