Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.6.

Aflossingsregels van de met toepassing van artikel 50 van de Participatiewet verstrekte bijstand in de vorm van een geldlening.

Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet gemeente Nijmegen 2024

Als rente en aflossingsregels van de als geldlening verstrekte bijstand hanteert het college de navolgende regels: Aflossing van de geldlening vindt ineens plaats als: de woning wordt verkocht, of de belanghebbende overlijdt en de woning vererft, of de belanghebbende na bijstandsbeëindiging de overwaarde te gelde wil maken door bijvoorbeeld het oversluiten van de hypotheek of het afsluiten van een nieuwe hypotheek. Aflossing van de geldlening in termijnen vindt plaats als de bijstandsverlening wordt beëindigd. Voor de hoogte en de duur van de aflossingstermijnen gelden de volgende regels: Duur van de aflossing Na beëindiging van de bijstand dient de belanghebbende maandelijks af te lossen voor een periode van ten hoogste tien jaar. Lukt de aflossing niet in tien jaar, dan wordt de resterende schuld verrekend op het moment dat de belanghebbende de woning verkoopt of dat de belanghebbende overlijdt en de woning vererft. Hoogte van de aflossing Het maandbedrag aan aflossing wordt telkens voor een periode van twaalf maanden vastgesteld. Dit maandbedrag kan wegens gewijzigde financiële omstandigheden altijd tussentijds worden herzien. In beginsel bedraagt het maandelijks af te lossen bedrag 1/120ste van de totale lening. Het af te lossen bedrag kan hoger zijn als het inkomen dit toelaat, of kan lager zijn als het inkomen niet toereikend is. Bij de feitelijke vaststelling van de maandelijkse aflossing wordt als volgt rekening gehouden met het aanwezige inkomen: De aflossing bedraagt 45% van de beschikbare financiële ruimte. De beschikbare financiële ruimte is het verschil tussen het netto-inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm die de belanghebbende zou hebben als hij recht zou hebben op bijstand. Verder worden noodzakelijke, voor eigen rekening komende, bijzondere bestaanskosten in mindering gebracht op het inkomen. Als het netto-inkomen de toepasselijke bijstandsnorm niet overschrijdt, dan is de aflossing nihil. De maximale aflossingsperiode blijft ook in dit geval tien jaar.

Rechtspraak bij dit artikel