Het college stemt de boete af op de verwijtbaarheid op de volgende wijze:
100% van het benadelingsbedrag bij opzet of voorwaardelijke opzet;
75% van het benadelingsbedrag bij grove schuld of grove onachtzaamheid;
50% van het benadelingsbedrag bij normale verwijtbaarheid;
25% van het benadelingsbedrag bij verminderde verwijtbaarheid.
Voor de hoogte van de maximaal op te leggen boete volgt het college artikel 23 vierde lid van het Wetboek van Strafrecht.
Mate van verwijtbaarheid uitgewerkt
Op grond van artikel 18a lid 7 van de Participatiewet en artikel 20a lid 7 van de IOAW/IOAZ is het college bevoegd de bestuurlijke boete te verlagen als sprake is van verminderde verwijtbaarheid, of af te zien van de oplegging van een boete als daarvoor dringende redenen bestaan. Artikel 2a van het Boetebesluit sociale zekerheidswetten geeft een aantal criteria van verminderde verwijtbaarheid, welke criteria het college in deze beleidsregel heeft opgenomen.
De mate waarin de gedraging aan de belanghebbende kan worden verweten wordt beoordeeld naar de situatie op het moment waarop de belanghebbende zijn verplichting(en) had moeten nakomen. Hierbij hanteert het college de volgende regels:
Bij het ontbreken van verwijtbaarheid wordt geen boete opgelegd.
Bij het ontbreken van opzet of grove schuld wordt normale verwijtbaarheid aangenomen.
Grove schuld is een in laakbaarheid, aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid en omvat mede grove onachtzaamheid. Daarbij kan gedacht worden aan laakbare slordigheid of ernstige nalatigheid, zoals het bijvoorbeeld niet meer reageren op oproepen van het college. Bij grove schuld had belanghebbende redelijkerwijs moeten of kunnen begrijpen dat zijn gedrag tot gevolg kon hebben dat een te hoog bedrag aan bijstand zou kunnen worden toegekend.
Opzet is het willens en wetens handelen of nalaten. Onder opzet wordt mede verstaan voorwaardelijk opzet. Onder voorwaardelijk opzet wordt verstaan het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een handelen of nalaten tot gevolg heeft dat de beboetbare gedraging wordt begaan.
Voorbeelden van normale verwijtbaarheid:
Het college deelt bij de toekenning van een uitkering aan de belanghebbende mee welke feiten en omstandigheden, van belang voor het vaststellen van het recht op en de hoogte van de bijstand, hij spontaan uit eigen beweging of desgevraagd aan het college moet melden. Het college gaat er dan ook, tenzij bijzondere omstandigheden op het tegendeel wijzen, steeds van uit dat het de belanghebbende redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat deze feiten en omstandigheden van invloed kunnen zijn op de uitkering.
Van een belanghebbende kan een redelijke inspanning worden gevergd om op de hoogte te raken van feiten en omstandigheden bij anderen die van invloed kunnen zijn op zijn uitkering (bijvoorbeeld omstandigheden van een inwonend kind). Het enkele feit dat die ander de belanghebbende niet spontaan uit eigen beweging van een relevante omstandigheid op de hoogte heeft gesteld, impliceert niet dat het niet melden daarvan niet of slechts in verminderde mate aan de belanghebbende kan worden verweten.
Voorbeelden waarin in ieder geval sprake is van verminderde verwijtbaarheid:
De belanghebbende verkeerde op het moment dat hij aan zijn verplichting moest voldoen in onvoorziene en ongewenste omstandigheden, die niet tot het normale levenspatroon behoren en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan zijn verplichting te voldoen, maar die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de informatie niet tijdig of volledig aan het college is verstrekt. Te denken valt aan een onvoorziene korte periode van een crisissituatie in een gezin zoals een echtscheiding of plotselinge opname in een ziekenhuis van een van de gezinsleden.
Er is sprake van een samenstel van omstandigheden die elk op zich niet, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot het oordeel dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid.
Voorbeelden waarin in ieder geval geen sprake is van verminderde verwijtbaarheid:
Een belanghebbende begrijpt de inhoud van de correspondentie van het college niet, bijvoorbeeld omdat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Van de belanghebbende mag worden verwacht dat hij zich laat informeren over de betekenis hiervan.
Een belanghebbende is langere tijd niet in staat zijn belangen te behartigen. Van de belanghebbende mag worden gevergd dat hij ervoor zorgt dat een ander zijn zaken regelt. Laat hij dit na, dan is er geen sprake van verminderde verwijtbaarheid.
Een belanghebbende die in een slechte financiële situatie verkeerde ten tijde van de gedraging.
Optreden van een vertegenwoordiger komt voor rekening en risico van belanghebbende. Het feit dat het een vertegenwoordiger betreft kan niet leiden tot verminderde verwijtbaarheid.
Voorbeelden van het ontbreken van verwijtbaarheid:
Als een belanghebbende onjuiste of onvolledige informatie verstrekt of een wijziging van omstandigheden niet onverwijld meldt, maar spontaan uit eigen beweging alsnog de juiste informatie verstrekt voordat het college de overtreding constateert is er geen sprake van verwijtbaarheid. Voorgaande geldt niet als belanghebbende zich in de twee jaar voorafgaand aan de melding ook al heeft gemeld. Meldt de belanghebbende de wijziging van omstandigheden in het kader van een controle van het college, dan is wel sprake van verwijtbaarheid.
Als er bij een belanghebbende sprake is van een zodanige psychische stoornis dat hij niet (op tijd) aan de inlichtingenplicht kan voldoen, of hij door zijn geestelijke vermogens feitelijk handelingsonbekwaam is en er (nog) geen sprake is van een adequate begeleidingen/of hulpverlening.
Als er zich bij een belanghebbende een onvoorziene omstandigheid heeft voorgedaan waardoor hij niet in staat was om te voldoen aan de inlichtingenplicht, zoals bijvoorbeeld bij een alleenstaande belanghebbende door een plotselinge ziekenhuisopname, of in een gezinssituatie als er gedurende een korte periode sprake is van huiselijk geweld.
Artikel 3
– verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregels Bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW/IOAZ gemeente Nijmegen 2024