BELEIDSREGEL 2: Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.
De in dit artikel opgenomen autoparkeernormen zijn vaste normen (er mogen niet meer of minder autoparkeerplaatsen worden gerealiseerd bij een ontwikkeling). Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.
Per functie zijn de parkeernormen in bijgaande tabellen verwoord. Er is een indeling gemaakt in de volgende categorieën:
Woningen
Werken
Winkelen en boodschappen
Sport, cultuur en ontspanning
Horeca en (verblijfs-)recreatie
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
Onderwijsvoorzieningen
De toe te passen parkeernormen zijn per functie onderverdeeld naar de in artikel 1 beschreven gebiedstypen.
In onderstaande tabellen staat een paar keer de afkorting ‘n.v.t.’. Dit betekent dat het CROW voor de betreffende functie en gebied geen parkeerkencijfer heeft. Wanneer bij een functie ‘n.v.t.’ staat en een parkeernorm toch nodig is bij een ontwikkeling, dan wordt gekeken of voor de betreffende functie de parkeernorm van het meest vergelijkbare gebied kan worden gebruikt of voor de betreffende functie een parkeernorm van een vergelijkbare functie kan worden gebruikt. Als dit niet mogelijk is, dan dient de aanvrager -op basis van ervaringen bij vergelijkbare ontwikkelingen aan te tonen welke parkeernorm toepasbaar, De gemeente beoordeelt de onderbouwing en bepaalt of deze toereikend is.
Ten aanzien van de binnenstad (zoals begrensd in geel op kaart 1), geldt voor alle functies dat er niet voldaan hoeft te worden aan de parkeernorm voor zover die geldt voor het “aandeel bezoekers”. Bezoekers van deze functies kunnen terecht in de openbare parkeergelegenheden.
1.Woningen
Voor wonen wordt uitgegaan van onderstaande typen woningen. Er is hierbij gekozen om aan te sluiten op de type woningen en de kengetallen zoals gehanteerd door het CROW en niet meer te kiezen voor onze eigen differentiatiecriteria gebaseerd op grootte van de woning. De parkeervraag van een appartement is immers anders dan die van een vrijstaande woning.
Voor de categorieën ‘Koop, 2-onder-een-kap’, ‘Koop, rij’, ‘Koop, appartement duur’ en ‘Koop, appartement gemiddeld’ wordt voor wat betreft het centrum en Schil 1e ring afgeweken van de CROW-kencijfers. Hier is, vanwege de ontwikkelingen in deze zones zoals onder andere Hof van Holland, gekozen voor een parkeernorm van 1,3 per woning, zodat iedere woning over een parkeerplaats beschikt. De CROW-kencijfers gaan hieruit van 0,9 tot 1,3 parkeerplaats per woning (inclusief 0,3 bezoek).
Onderstaande parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor bezoekers. Uit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbehoefte voor bezoekers uit 0,3 parkeerplaats per woning bedraagt (voor studentenkamers is dit minder). De parkeerplaatsen voor zover deze voorzien in de parkeerbehoefte van bezoekers (het aandeel bezoekers” in onderstaande tabel) moeten altijd toegankelijk en beschikbaar zijn voor bezoekers. Het is dus niet noodzakelijk dat de parkeercapaciteit voor bezoekers altijd op gemeentelijk terrein moet worden gerealiseerd. Dit kan ook op eigen terrein, al dan niet voorzien van een slagboom. De parkeercapaciteit voor bezoekers kan echter niet in bijvoorbeeld een afgesloten parkeerkelder worden gerealiseerd die van buitenaf niet vrij toegankelijk voor bezoekers is.
In vrijwel de hele gemeente passen we een bezoekersnorm van 0,25 per woning toe (dit was voorheen 0,30 – deze verlaging betekent dat in onderstaande tabel de meeste parkeernormen met 0,05 zijn verlaagd). In de zone Binnenstad zoals weergeven in kaart 1 geldt echter een bezoekersnorm van 0,00 per woning. Bezoeker kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages).
Binnen-stad
Centrum
Schil 1e ring
Schil 2e ring
Rest BBK
Buiten-gebied
Bezoek
Koop, vrijstaand
1,15
1,25
1,35
1,55
1,65
2,00
0,25
Koop, 2-onder-een-kap
1,05
1,25
1,25
1,45
1,55
1,75
0,25
Koop, rij
0,95
1,25
1,25
1,35
1,35
1,55
0,25
Koop, appartement duur
0,95
1,25
1,25
1,35
1,45
1,65
0,25
Koop, appartement middelduur
0,85
1,25
1,25
1,25
1,25
1,45
0,25
Koop, appartement goedkoop
0,95
0,75
0,85
1,05
1,05
1,15
0,25
Huur, huis, (middel)duur
0,95
0,95
1,15
1,35
1,35
1,55
0,25
Huur, huis, sociale huur
0,75
0,75
0,85
1,05
1,05
1,15
0,25
Huur, appartement, midden/goedkoop incl. sociale huur
0,55
0,55
0,65
0,85
0,85
1,00
0,25
Huur appartement, duur
0,85
0,85
1,05
1,25
1,25
1,50
0,25
Kamerverhuur (per kamer)
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
0,05
Studentenwoning
0,20
0,20
0,20
0,20
0,20
0,20
0,05
Kleine eenkamerwoning
0,50
0,50
0,50
0,50
0,60
0,60
0,2
Zorgwonen / beschut wonen (per kamer)
0,70
0,70
0,70
0,70
0,70
n.v.t.
0,25 (incl personeel)
Tabel 1: Autoparkeernormen woningen (parkeernorm geldt per zelfstandige woning of waar vermeld per kamer)
Toelichting:
Prijscategorieën Nijmegen conform Uitvoeringsagenda Wonen (prijspeil 2023):
Huur
Sociaal
≤ € 808,06
Middelduur
€ 808,06 - € 1.116,85
Duur
> € 1.116,85
Koop
Goedkoop
< € 220.000
Middelduur
€ 220.000 - € 280.000
Duur
> € 280.000
De huurgrenzen voor sociale huur worden jaarlijks geactualiseerd op basis van landelijke huurregelgeving. De laatst geldende huurregelgeving is van toepassing op deze beleidsregels. De maximale huurprijs voor middeldure huur is de huurprijs die gekoppeld is aan 185 punten in het woningwaarderingsstelsel. De laatste aanpassing van het woningwaarderingsstelsel is van toepassing op deze beleidsregels. De koopgrenzen zijn gebaseerd op het woonbehoefteonderzoek uit 2019. Indien nodig worden deze koopgrenzen geactualiseerd op basis van de lokale doorrekening van het driejaarlijkse Woon Onderzoek Nederland (WoON).
In gebieden waar de Verordening doelgroepen woningbouw Nijmegen (link) van toepassing is, is het niet mogelijk om in de categorie middeldure huur en de koopsector woningen te realiseren met een minimummetrages onder de 50m2.
Appartement: een appartement is een woning in een groter gebouw (zoals een flat) of een woning met één woonlaag die is ontstaan na een woningsplitsing.
Zorgwonen is een woonvorm die valt onder de bestemming Wonen, maar waarbij specifiek is aangegeven dat de bewoners met ondersteuning wonen en er een gemeenschappelijke ruimte aanwezig is. Er is geen 24 uurs zorg of begeleiding aanwezig. Deze woonvorm wordt ook wel beschut wonen genoemd.
Voor de functie kamerverhuur geldt in heel Nijmegen een parkeernorm van 0,5 parkeerplaats per kamer. Deze parkeernorm geldt alleen voor (delen van) complexen bestaande uit niet-zelfstandige eenheden. Kamerverhuur is in de definitie van wonen namelijk altijd onzelfstandig.
Een studentenwoning is een woonruimte (maximaal 50 vierkante meter GO) voor studenten in een gebouw of deel van een gebouw, al dan niet met een eigen (door de het college toegekend) huisnummer, eigen toilet en douche en keuken (zie ook de vigerende Huisvestingsverordening). Bovenstaande parkeernorm geldt voor (delen van) complexen bestaande uit kleinere eenkamerwoningen die alleen aan studenten worden verhuurd. De verhuurder van de betreffende studentenwoningen moet als zodanig ingericht zijn op de verhuur aan studenten en het daarop toezien. De bewijslast / onderbouwing hiervan ligt altijd bij de initiatiefnemer.
Kleine eenkamerwoning: een zelfstandige sociale huurwoning (dus geen vrije sector of koop) - (een studio of tiny house) met een eigen adres en een vloeroppervlak van maximaal 50 vierkante meter GO.
In het geval van een hospita/hospes situatie, waarbij maximaal twee onzelfstandige kamers worden gerealiseerd, geldt enkel de parkeernorm voor woningen (waarbij de oppervlakte van de onzelfstandige kamers tot het grondoppervlak van de woning wordt gerekend).
Het realiseren van één parkeerplaats op eigen terrein wordt niet toegestaan indien dit ten koste gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte. Dit geldt bijvoorbeeld bij het verharden van voortuinen t.b.v. van parkeren. Er wordt hiervoor geen inritvergunning verleend. Voor meerdere parkeerplaatsen op eigen terrein kan wel een openbare parkeerplaats worden opgeheven. In dat geval dient dit positief bij te dragen aan de parkeerbalans. Hierbij wordt een openbare parkeerplaats als 1 gerekend en een particuliere parkeerplaats als 0,6. Dit verschil ontstaat doordat een openbare parkeerplaats inwisselbaar is en door iedereen gebruikt kan worden. Deze regeling geldt echter niet in gebieden waar parkeerregulering is ingevoerd.
2.Werken
Binnen-stad
Centrum
Schil 1e ring
Schil 2e ring
Rest BBK
Buiten-gebied
Eenheid
Bezoek
Kantoor zonder baliefunctie
0,9
0,9
1,3
1,4
1,4
2,3
100m2 BVO
5%
Commerciële dienstverlening
1,3
1,3
1,6
1,7
2,0
3,3
100m2 BVO
20%
Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief
1,1
1,1
1,5
1,6
1,9
2,1
100m2 BVO
5%
Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief
0,4
0,4
0,5
0,6
0,7
0,8
100m2 BVO
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
0,8
0,8
1,1
1,2
1,3
1,7
100m2 BVO
5%
Opslagbedrijf
n.v.t.
0,07
0,07
0,07
0,07
0,07
unit
95% (min 2 pp)
Tabel 2:Autoparkeernormen Werken
Toelichting:
Kantoor zonder baliefunctie: bijvoorbeeld administratief en zakelijk.
Commerciële dienstverlening: bijvoorbeeld kantoren met een baliefunctie
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers).
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers).
Bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven en kantoren in te huisvesten.
Aan-huisgebonden beroepen
In de bestemmingsplannen zijn regels opgenomen voor de uitoefening van een aan-huisgebonden beroep in samenhang met wonen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis.
Voor wat betreft parkeren geldt dat op eigen erf / terrein moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat wanneer:
parkeren op eigen erf verkeerskundig niet mogelijk is, c.q.
stedenbouwkundig niet aanvaardbaar is, of
om een andere reden niet mogelijk is,
het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten mag betreffen dat daardoor extra verkeersmaatregelen -waaronder parkeervoorzieningen- noodzakelijk worden in het openbaar gebied.
De aanvrager van omgevingsvergunning moet aantonen dus dat er in de directe omgeving voldoende alternatieve vrije parkeergelegenheid is (zie ook bijlage 1).
3.Winkelen en boodschappen
Binnen-stad
Centrum
Schil 1e ring
Schil 2e ring
Rest BBK
Buiten-gebied
Eenheid
bezoek
Centrumfuncties
3,1
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
100 m2 BVO
99%
Mandjessupermarkt
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
n.v.t.
100 m2 BVO
89%
Buurtsupermarkt
0,9
0,9
1,7
2,2
2,4
n.v.t.
100 m2 BVO
89%
Full-service supermarkt
2,1
2,1
3,0
3,7
3,9
n.v.t.
100 m2 BVO
93%
Grote supermarkt (XL)
4,9
4,9
5,8
6,3
6,7
n.v.t.
100 m2 BVO
84%
Groothandel specialist
n.v.t.
n.v.t.
4,9
4,9
4,9
n.v.t.
100 m2 BVO
80%
Groothandel algemeen
n.v.t.
n.v.t.
5,4
5,4
5,4
n.v.t.
100 m2 BVO
80%
Buurtcentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,1
2,6
2,7
n.v.t.
100 m2 BVO
72%
Wijkcentrum (gemiddeld)
n.v.t.
3,1
3,3
3,8
4,1
n.v.t.
100 m2 BVO
79%
Stadsdeelcentrum
n.v.t.
3,7
4,2
4,7
5,3
n.v.t.
100 m2 BVO
85%
Solitaire kleinschalige detailhandel
1,3
1,3
1,6
1,7
2,0
3,3
100m2 BVO
80%
Weekmarkt
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
100 m2 BVO
85%
Kringloopwinkel
n.v.t.
n.v.t.
0,9
1,0
1,4
2,0
100 m2 BVO
89%
Bruin- en witgoedzaak
2,9
2,9
4,8
5,2
6,6
8,5
100 m2 BVO
92%
Woonwarenhuis / woonwinkel
0,9
0,9
1,3
1,4
1,4
1,7
100 m2 BVO
91%
Woonwarenhuis (zeer groot)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4,0
4,4
100 m2 BVO
95%
Meubelboulevard
n.v.t.
n.v.t.
1,6
1,7
2,0
n.v.t.
100 m2 BVO
93%
Winkelboulevard
n.v.t.
n.v.t.
3,2
3,3
3,7
n.v.t.
100 m2 BVO
94%
Outletcentrum
n.v.t.
n.v.t.
7,8
8,3
8,6
9,4
100 m2 BVO
94%
Bouwmarkt
n.v.t.
n.v.t.
1,5
1,6
2,0
2,2
100 m2 BVO
87%
Tuincentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,0
2,1
2,3
2,6
100 m2 BVO
89%
Groencentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,0
2,1
2,3
2,6
100 m2 BVO
89%
Showroom
n.v.t.
0,7
0,9
0,9
1,3
1,3
100 m2 BVO
35%
Tabel 3. Autoparkeernormen Winkelen en Boodschappen
Toelichting:
Centrumfuncties: De autoparkeereis voor de binnenstad (zie kaart 1) wordt voor horeca en detailhandel / funshoppen) berekend middels een algemene parkeernormen van 3,1 parkeerplaats per 100 m2 BVO.
Er worden vier typen supermarkten onderscheiden
Mandjessupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak -WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft waarbij het gebruik van winkelwagens is uitgesloten in de omgevingsvergunning. De winkel leent zich daarom niet voor het grootschalig inslaan van boodschappen.
Buurtsupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak -WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft.
Fullservice supermarkt - dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood. De oppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2 WVO.
Grote supermarkt (XL) – hebben een (zeer) uitgebreid assortiment met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 WVO (en vaak kleiner dan 4.000 m2 WVO). Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid.
Groothandel specialist: een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.
Groothandel algemeen: een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.
Stadsdeel-, wijk- en buurtcentrum: ondersteunende winkelgebieden (voornamelijk voor doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied en waarbij collectieve parkeergarages worden gerealiseerd (dus niet iedere winkel zijn eigen parkeergarage).
Een stadsdeelcentrum is altijd een aanvulling op een binnenstad of een hoofdwinkelcentrum (50+ winkels). Bovendien is hier het merendeel van het centrum planmatig ontwikkeld. Bijvoorbeeld Nijmegen Dukenburg.
Een wijkcentrum heeft een specifiek ondersteunende functie. Hieronder vallen onder andere winkelconcentraties met 5-10 winkels en 2 of meer supermarkten of winkelgebieden met 10+ winkels in de detailhandel. Bijvoorbeeld Hof van Holland.
Een buurtcentrum is een winkelconcentratie met minimaal 5 winkels en maximaal 9 winkels in de detailhandel. Daarnaast is er een of geen supermarkt in dit type winkelgebied aanwezig.
Solitaire kleinschalige detailhandel: detailhandel (exclusief supermarkt) gevestigd op een solitaire locatie, dus niet in een stadsdeel-, wijk- en buurtcentrum. Een ontwikkeling is kleinschalig op het moment dat de parkeerbehoefte kleiner of gelijk is aan drie parkeerplaatsen.
Weekmarkt: bij een weekmarkt kunnen globale parkeerkencijfers worden gehanteerd - er moet een forse marge in acht worden genomen.
Bruin- en witgoedzaken: het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen (elektronica, huishoudelijke apparaten) die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen.
Woonwarenhuis/woonwinkel (overig): dit zijn detailhandelszaken die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij o.a. om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.
Woonwarenhuis (zeer groot): dit zijn grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.
Winkelboulevard: een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grote detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema).
Outletcentrum: een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen (o.a. kleding, accessoires, speelgoed, interieur) op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 WVO). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels.
Tuincentrum (inclusief buitenruimte): het betreft de middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen (> 1.000 m2 WVO). Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoenartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
Groencentrum (inclusief buitenruimte): het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m2 WVO). Er worden in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties). Er worden geen seizoenartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
4.Sport, cultuur en ontspanning
Binnen-stad
Centrum
Schil 1e ring
Schil 2e ring
Rest BBK
Buiten-gebied
Eenheid
bezoek
Bibliotheek
0,2
0,2
0,5
0,6
0,8
1,1
100 m2 BVO
97%
Museum
0,3
0,3
0,5
0,6
0,9
n.v.t.
100 m2 BVO
95%
Bioscoop
2,2
2,2
6,9
7,4
10
12,7
100 m2 BVO
94%
Filmtheater/filmhuis
1,6
1,6
4,2
4,7
6,7
8,9
100 m2 BVO
97%
Theater/schouwburg
5,8
5,8
6,4
7,2
8,3
10,5
100 m2 BVO
87%
Musicaltheater
2,4
2,4
2,9
3,2
3,4
4,6
100 m2 BVO
86%
Casino
5,2
5,2
5,6
5,9
6,0
7,5
100 m2 BVO
86%
Bowlingcentrum
1,1
1,1
1,7
2,0
2,3
2,3
Per baan
89%
Biljart-/snookercentrum
0,6
0,6
0,8
0,9
1,1
1,5
Per tafel
87%
Dansstudio
1
1
3,3
3,6
4,9
6,9
100 m2 BVO
93%
Fitnesstudio/sportschool
0,9
0,9
2,9
3,2
4,2
6
100 m2 BVO
87%
Fitnesscentrum
1,2
1,2
3,9
4,2
5,7
6,9
100 m2 BVO
90%
Welnesscentrum
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
8,8
9,8
100 m2 BVO
99%
Sauna, hammam
2
2
4,1
4,4
6,1
6,8
100 m2 BVO
99%
Sporthal (zie toelichting voor grotere aantallen bezoekers).
1,2
1,2
1,8
1,9
2,4
3,2
100 m2 BVO
96%
Sportzaal
0,8
0,8
1,6
1,7
2,4
3,3
100 m2 BVO
94%
Tennishal
0,2
0,2
0,3
0,4
0,4
0,4
100 m2 BVO
87%
Tennisbaan / padelbaan
2,5
2,5
2,5
2,5
2,5
2,5
baan
95%
Squashhal
1,5
1,5
2,3
2,4
2,6
3,1
100 m2 BVO
84%
Zwembad overdekt
n.v.t.
9,7
9,7
10,2
10,5
12,3
100 m2 bassin
97%
Zwembad openlucht
n.v.t.
9,1
9,1
9,6
11,9
14,8
100 m2 bassin
99%
Sportveld
13,0
13,0
13,0
13,0
13,0
13,0
Per ha netto terrein
95%
Stadion
0,04
0,04
0,04
0,04
0,04
0,04
Zitplaats
99%
Kunstijsbaan (<400m)
0,9
0,9
1,1
1,2
1,4
1,8
100 m2 BVO
98%
Kunstijsbaan (400m)
n.v.t.
n.v.t.
1,8
1,9
2,1
2,5
100 m2 BVO
98%
Ski- en snowboardhal
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2,1
n.v.t.
100 m2 BVO
98%
Jachthaven
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Ligplaats
-
Golfcentrum (P&P)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
49
54
per centrum
93%
Golfbaan (18 holes)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
85
108
per 18 holes
98%
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal (klein/gem)
0,4
0,4
1,2
1,6
1,9
2,6
100 m2 BVO
97%
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal (groot)
1
1
1,8
2,3
2,8
3,6
100 m2 BVO
98%
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal (zeer groot)
2,2
2,2
3,1
3,6
4
4,9
100 m2 BVO
98%
Kinderboerderij
0,4
0,4
1,2
1,6
1,9
2,6
100 m2 BVO
97%
Manege
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,3
per box
90%
Dierenpark
4
4
4
4,0
4
4
per ha netto terrein
99%
Attractie- en pretpark
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4
4
per ha netto terrein
99%
Volkstuin
n.v.t.
n.v.t.
1,1
1,2
1,2
1,3
per 10 tuinen
100%
Plantentuin (botanische tuin)
n.v.t.
n.v.t.
5
6,3
8
11
per tuin
99%
Sociaal cultureel centrum
2
2
2
2,0
2
2
100 m2 BVO
90%
Wijk- of verenigings-gebouw
2
2
2
2,0
2
2
100 m2 BVO
95%
Kartbaan
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2,1
n.v.t.
100 m2 BVO
90%
Klimhal
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2.1
n.v.t.
100 m2 BVO
90%
Bordeel
1
1
1
1,0
1
1
Kamer
90%
Overige sexinstelling
0,5
0,5
1
1,0
1
1
100 m2 BVO
90%
Tabel 4. Autoparkeernormen Sport, cultuur en ontspanning
Toelichting:
Filmtheater/filmhuis: een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop.
Musicaltheater: een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers.
Bowlingcentrum: een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.
Fitnessstudio/sportschool: met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere voorzieningen (indicatie: circa 750 m2 bvo) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten.
Fitnesscentrum: bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie.
Wellnesscentrum: hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk.
Kunstijsbaan: er wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er wordt onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats).
Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd): al dan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green).
Golfbaan (18 holes): indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer.
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal: indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo. Er zijn echter ook voorzieningen die aanmerkelijk groter zijn.
Sportzaal: een ruimte die geschikt is om op trainingsniveau om diverse zaalsporten in te beoefenen, zoals zaalvoetbal, tafeltennis, basketbal, volleybal en dergelijke.
Sporthal: een ruimte met kantine en tribune, die geschikt is om op wedstrijdniveau diverse zaalsporten / balsporten in te beoefenen. Bij grotere aantallen bezoekers is de parkeernorm te laag en is maatwerk vereist. Hierbij wordt uitgegaan van 0,15 parkeerplaats per tribune- / zitplaats.
Sportveld: de parkeernorm is exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten.
5.Horeca en (verblijfs-)recreatie
Binnen-stad
Centrum
Schil 1e ring
Schil 2e ring
Rest
Buitengebied
Eenheid
bezoek
Camping
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
n.v.t.
1,1
Standplaats
90%
Bungalowpark
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
1,5
2
Bungalow
91%
Hotel (1*, 2*, 3*)
0,16
0,16
0,28
0,30
0,42
0,63
per kamer
77%
Hotel (4*, 5*)
0,42
0,42
0,68
0,72
0,93
1,18
per kamer
65%
Café / bar / cafetaria
4
4
4
4,5
5
n.v.t.
100 m2 BVO
90%
Restaurant
8
8
8
8,5
12
n.v.t.
100 m2 BVO
80%
Fastfoodrestaurant
5
5
5
5,0
15
15
100 m2 BVO
90%
Pension, BB, hostel
0,15
0,15
0,25
0,3
0,4
0,4
per kamer
95%
Discotheek
4,1
4,1
10,3
11,3
16,4
18,8
100 m2 BVO
99%
Evenementen-, beurs-, congresgebouw
3
3
4
4,8
5
n.v.t.
100 m2 BVO
99%
Tabel 5. Autoparkeernormen Horeca en (verblijfs-)recreatie
Toelichting:
Er is sinds 2013 een beleidslijn voor het toestaan van lichte horeca in de randgebieden van het stadscentrum. Bij lichte horeca gaat het om lunchrooms, ijssalon, broodjeszaken etc. waar geen alcohol wordt geschonken. Deze horeca vestigt zich veelal in panden waarin voorheen detailhandel gevestigd was. Er rust al een parkeereis op het pand. Voor omvorming van detailhandel naar lichte horeca en vice versa wordt een vrijstelling van de parkeereis gegeven (artikel 5 “Bijzondere gevallen”).
Naast lichte horeca treffen we ook ondersteunende horeca bij detailhandel aan. Dit houdt in dat aan een bestaande functie een kleine voorziening voor horeca wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld een koffiecorner in een kledingzaak. Een parkeernorm is hiervoor niet nodig, omdat er op de hoofdfunctie zelf al een parkeernorm zit. Men komt niet alleen voor de horeca naar het pand.
Terrassen: indien de buitenruimte voor terras groter is dan de ruimte binnen, dan geldt een aanvullende parkeernorm. Het aantal m2 aan terras dat boven het bvo van de horecafunctie “binnen” uitkomt, wordt bij de bvo van de horecafunctie opgeteld. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m2 bvo met een terras van 200 m2 moet voor 150 m2 bvo extra parkeerplaatsen maken. Binnen de bvo’s vallen ook de vaste gebruikers (eigenaar/personeel). Voor het terras geldt 100% bezoek.
Hotel: In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in één van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met één ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren is een luxehotel. In Nijmegen zijn de categorieën samengevoegd en is de parkeernorm opgenomen van de hoogste ster in de categorie.
Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden dus niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm.
In de binnenstad (zie kaart 1) hoeft niet te worden voldaan aan het percentage voor bezoekers. Zij kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages). De vaste parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden opgelost. In alle andere gebieden geldt dat zowel de vaste parkeerbehoefte als de parkeerbehoefte voor bezoekers op eigen terrein moet worden opgelost, omdat hier (nog) geen of weinig openbare parkeergelegenheden aanwezig zijn.
Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden dus niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm.
6.Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
De wooneenheden, zoals die bij de zorgvoorzieningen zijn benoemd, betreffen wooneenheden voor mensen met een beperkte (auto)mobiliteit. De parkeerplaatsen zijn vooral bedoeld voor het faciliteren van het eigen personeel en het bezoek van de bewoners.
Binnen- stad
Centrum
Schil 1e ring
Schil 2e ring
Rest
Buitengebied
Eenheid
bezoek
Huisartsenpraktijk (-centrum)
1,8
1,8
2,2
2,3
2,7
3
Behandelkamer
57%
Apotheek
2
2
2,5
2,6
2,9
n.v.t.
Apotheek
45%
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
1
1
1,2
1,3
1,5
1,7
Behandelkamer
57%
Consultatiebureau
1
1
1,3
1,4
1,6
1,9
Behandelkamer
50%
Consultatiebureau ouderen
1,2
1,2
1,5
1,6
1,8
2,1
Behandelkamer
38%
Tandartsenpraktijk (-centrum)
1,3
1,3
1,7
1,8
2,1
2,4
Behandelkamer
47%
Gezondheidscentrum
1,3
1,3
1,6
1,7
1,9
2,2
Behandelkamer
55%
Ziekenhuis
1,3
1,3
1,5
1,6
1,6
1,9
100 m2 BVO
29%
beschermd wonen (24-uurs zorg)
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
n.v.t.
wooneenheid
100% (incl. personeel)
Hospice
0,6
0,6
1
1,2
1,4
1,4
Wooneenheid
90%
Psycholoog
1,25
1,25
1,45
1,45
1,5
1,5
behandelkamer
57%
Crematorium
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
25,1
25,1
Plechtigheid
99%
Begraafplaats
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
26,6
26,6
Plechtigheid
97%
Gevangenis
1,4
1,4
1,9
2,0
3
3,4
10 cellen
37%
Religiegebouw
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Gebeds-plaats
-
Tabel 6. Autoparkeernormen Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
Toelichting:
Verpleeghuis / beschermd wonen (24-uurs zorg): beschermd wonen valt bestemmingsplantechnisch gezien in het algemeen onder de bestemming “maatschappelijke doeleinden”. Er is 24-uur zorg/begeleiding aanwezig in de woning of het woongebouw. De bewoners hebben een zorgindicatie en geen eigen auto.
Gezondheidscentrum: een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en/of een consultatiebureau.
Mantelzorg is intensieve zorg of ondersteuning. Mantelzorg is meer is dan de gebruikelijke hulp en zorg van huisgenoten voor elkaar. Mantelzorg vindt plaats tussen mensen die een sociale relatie met elkaar hebben. Hiervoor kan het wenselijk zijn om bij elkaar te wonen, maar toch een eigen woonruimte te hebben. Er worden hiervoor soms aparte ruimtes gebouw, die gebruikt worden voor het verlenen van mantelzorg. Hiervoor geldt geen parkeereis.
7.Onderwijsvoorzieningen
Binnen-stad
Centrum
Schil 1e ring
Schil 2e ring
Rest BBK
Buiten-gebied
Eenheid
bezoek
Kinderdagverblijf (crèche)
0,8
0,8
1
1,1
1,1
1,4
100 m2 BVO
-
peuterspeelzaal
0,8
0,8
1
1,1
1,1
1,4
100 m2 BVO
-
basisonderwijs
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
per loslokaal
-
Middelbare school (vmbo, havo; vwo)
2,3
2,3
3
3,2
3,3
3,9
per 100 leerlingen
11%
ROC, MBO
3,2
3,2
3,8
4,0
4,2
4,9
per 100 leerlingen
7%
Hogeschool
6,3
6,3
6,9
7,2
7,5
8,9
per 100 studenten
72%
Universiteit
9,7
9,7
11,5
12,1
12,7
14,8
per 100 studenten
48%
avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
3
3
4
4,5
5
9,5
per 10 studenten
95%
Tabel 7. Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen (exclusief halen en brengen)
Toelichting:
In bovenstaande parkeernormen voor onderwijsvoorzieningen is het halen en brengen van kinderen niet opgenomen. Hiervoor wordt uitgegaan van de volgende formule: ‘parkeerbehoefte = het aantal leerlingen x het % leerlingen dat met de auto wordt gebracht x reductiefactor voor de parkeerduur x reductiefactor voor het aantal kinderen per auto’. Dit komt in de praktijk neer op hetgeen beschreven in onderstaande tabel.
% halen en brengen met de auto
Reductiefactor parkeerduur
Reductiefactor aantal kinderen per auto
Aantal pp per kind
Groep 1 t/m 3
30%
(30-60%)
0,5
0,75
0,113
Groep 4 t/m 8
5%
(5-40%)
0,25
0,85
0,011
Kinderdagverblijf / BSO
50%
(50-80%)
0,25
0,75
0,094
Gastouder opvang
50%
0,25
0,75
0,094
Tabel 8. Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen - halen en brengen van kinderen
Voor parkeren bij gastouderopvang hoeft alleen rekening te worden gehouden met een extra parkeerbehoefte voor halen en brengen. Om te voorzien in de parkeerbehoefte bij gastouderopvang dient deze binnen 100 meter van de locatie aanwezig te zijn.