Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2.2.2

Inhoud gesprek

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Dalfsen

De medewerker bespreekt met de inwoner welk effect hij wil bereiken. In het gesprek onderzoekt de medewerker voor zover dat nodig is: De behoefte van de inwoner: wat is er nodig? De persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect? De (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem? De omgeving van de inwoner: welke hulp kan het sociaal netwerk of kunnen organisaties bieden, en hoe kan er met de gemeente worden samengewerkt om de inwoner goed te helpen? welke hulp er gegeven kan worden: is dit hulp-op-maat of een andere voorziening? Kan er een pgb worden verstrekt? Moet de inwoner een bijdrage in de kosten betalen? De gemeente/de inwoner kan ook anderen bij het gesprek uitnodigen, als dat nodig is. Het kan dan gaan om deskundigen, iemand die de inwoner vertegenwoordigt, een mantelzorger(s) of familie en in geval van jeugdhulp de ouders, voogd of verzorgende van de jeugdige. Gemeente onderzoekt in dit gesprek, zo snel mogelijk en voor zover dit nodig is: de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de inwoner of jeugdige en het probleem of de hulpvraag; het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; in hoeverre van de inwoner, jeugdige of zijn ouders verwacht kan worden om zelf, of met ondersteuning van de naaste omgeving, bij te dragen aan een oplossing van de hulpvraag (gebruikelijke hulp). de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; de mogelijkheden om ondersteuning te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de inwoner of jeugdige; de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; hoe een eventuele individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; welke eigen bijdrage de inwoner moet betalen (artikel 2.1.4, 3e lid, en 2.1.4a, 4e lid, Wmo 2015). Dit geldt niet voor de jeugdhulp; hoe rekening zal worden gehouden met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de inwoner, jeugdige en zijn ouders; de mogelijkheden om te kiezen voor een pgb, waarbij de inwoner, jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. De gemeente kan als dit nodig is gebruik maken van de deskundigheid van een onafhankelijk (medisch) deskundige. In het gesprek wijst de medewerker de inwoner op de vervolgprocedure en zijn rechten en plichten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel