(Wmo)
De gemeente stelt een programma van eisen op voor het product of de woningaanpassing.
De gemeente baseert de hoogte van het pgb op het programma van eisen en een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van het product zijn (kostprijs). Met deze kostprijs moet de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp kunnen inkopen. Het kan gaat om een offerte die de inwoner opvraagt. Inwoner vraagt altijd minimaal 2 maximaal 3 offertes op.
De gemeente houdt bij de hoogte van het pgb rekening met de onderhouds- en verzekeringskosten.
De gemeente stelt in nadere regels vast wat de budgetperiode van het product is. Dit is de periode waarop het pgb betrekking heeft. Indien van toepassing berekent de gemeente over deze periode ook de onderhouds- en verzekeringskosten.
Bij een PGB voor producten geldt dat de hoogte gelijk is aan de kosten voor het product inclusief onderhoud en verzekering in natura (zorg in natura). Dit betekent dat eventuele meerkosten voor rekening van de inwoner komen.
Als het om een tweedehands voorziening gaat, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop het hulpmiddel technisch is afgeschreven. Het wordt in nadere regels verder toegelicht.
Bij aanvraag van een woonvoorziening mag vooraf gevraagd worden of men verhuisplannen heeft. Geeft iemand aan dat zeker niet van plan te zijn en men verhuist kort daarna (men stond al elders ingeschreven) dan is terugvordering mogelijk op basis van valselijk verstrekte gegevens.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.8
Pgb voor producten en woningaanpassingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Dalfsen