Naar hoofdinhoud
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Een raadslid kan de raad voorstellen over te gaan tot opheffen van geheimhouding. Hiervoor dient diegene, uiterlijk twee weken voorafgaand aan de eerstvolgende raadsvergadering, een verzoek in bij de agendacommissie. De agendacommissie draagt zorg voor het opstellen van een raadsvoorstel voor opheffing van de geheimhouding, zij wint daarbij ambtelijk advies in over: de juridische grondslag voor het opheffen, dan wel in stand houden van de geheimhouding; de gevolgen en risico’s die opheffing met zich meebrengen voor de gemeente en derden; De agendacommissie draagt zorg voor de agendering van het raadsvoorstel tijdens de eerstvolgende raadsvergadering. Het college wordt tijdens deze raadsvergadering in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op het voorgenomen besluit aan de raad over te brengen. Informatie waarop geheimhouding rust wordt alleen gedeeld met derden indien: de raad dit noodzakelijk acht voor het uitoefenen van zijn taken en hiertoe besluit; het college dit noodzakelijk acht voor het dagelijks bestuur van de gemeente en hiertoe besluit; Indien het college op grond van het zesde lid, aanhef en onder b, besluit informatie waarop geheimhouding rust met derden te delen brengt hij dit ter kennis van de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel