Voorafgaande aan de benoeming van een wethouder vindt een verplicht integriteitsonderzoek plaats door een extern bureau op initiatief van de burgemeester.
Het volledige rapport wordt uitsluitend gedeeld met de burgemeester. Indien het advies daar aanleiding toe geeft kan de burgemeester besluiten het gehele rapport te delen met de commissie geloofsbrieven.
Burgemeester bespreekt het rapport met de kandidaat. Na dit gesprek geeft de kandidaat aan wel/niet in aanmerking te willen komen voor benoeming.
De conclusies, adviezen/aanbevelingen en procesinformatie van de kandidaten die in aanmerking willen komen voor benoeming worden openbaar gedeeld met de gemeenteraad.
De kandidaat-wethouder verstrekt de commissie geloofsbrieven tenminste 1 week voor de benoeming de documenten en informatie die nodig zijn om het onderzoek als genoemd in artikel 6A lid 6 uit te voeren.
Het onderzoek van de commissie geloofsbrieven omvat in ieder geval:
Een recente Verklaring Omtrent het Gedrag, afgegeven met het oog op de vervulling van het wethouderschap. De kosten worden vergoed door de gemeente;
Het voldoen aan de benoembaarheidsvereisten (artikelen 10, 35, 36a en 41a Gemeentewet);
De afwezigheid van ongewenste nevenfuncties met het oog op een goede invulling van zijn wethouderschap (artikel 41b Gemeentewet);
De afwezigheid van onverenigbare functies (artikel 36b Gemeentewet);
De afwezigheid van onverenigbare en verboden handelingen (artikelen 15, 41c en 46 Gemeentewet).
De conclusies, adviezen en aanbevelingen van het extern onderzoek als genoemd in artikel 6A lid 1 en 4.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6A
Benoeming wethouders
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Dalfsen 2024