Met de “Herijkte voorwaarden voor middeldure huur (25 jaar) en beleidsuitgangspunten voor eeuwigdurende middeldure huur (Vervolg Actieplan Meer Middeldure Huur 2020)” zijn ook beleidsregels voor eeuwigdurende middeldure huurwoningen vastgesteld. De eeuwigdurende middeldure huurwoningen zullen projectspecifiek worden opgenomen en kunnen gezien worden als aanvulling op de onder 5.2.1 genoemde middeldure huurwoningen.
Voor eeuwigdurende middeldure huurwoningen gelden de volgende voorwaarden:
Er is sprake van een zelfstandige huurwoning.
De maximale kale aanvangshuur van de woningen wordt per kalenderjaar aangepast. In 2023 bedroeg de maximale huur € 1.175,72 (afgerond € 1.176) en de gemiddelde kale aanvangshuur € 1029,22 (€ 1.029). De nieuwe bedragen met het prijspeil 2024 zijn op het moment van de totstandkoming van deze nota nog niet bekend en komen naar verwachting in januari 2024 beschikbaar.
De maandhuren mogen jaarlijks met maximaal inflatie (CPI) + 1% punt worden verhoogd. (CPI-jaargemiddelde van het voorgaande jaar, reeks alle huishoudens, 2015=100).
Ook na mutatie moet de aanvangshuur weer binnen de dan geldende middeldure huurgrenzen liggen.
Er mag geen verplichte gekoppelde verhuur van een parkeerplaats bij deze woningen plaatsvinden.
De woningen worden toegewezen conform de vigerende Huisvestingsverordening Amsterdam.
Voor eeuwigdurende middeldure huur voor meergezinswoningen geldt dat per kalenderjaar de grondwaarde genormeerd residueel wordt berekend. Bij het opstellen van deze grondwaardeberekening is rekening gehouden met de gemiddelde woninggrootte van de te realiseren woningen, dit heeft immers effect op met name de stichtingskosten. Per woninggroottecategorie geldt daarom een andere grondwaarde.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.5
Artikel 5.5.2